is toegevoegd aan uw favorieten.

Het berouw en het ethisch determinisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom kan ik mij in het zoogenaamde ethisch determinisme niet vinden. Ik weet wel dat de voorstanders van dit determinisme het ook golooven. Maar het is de vraag of zij er de portee van gevoelen, en er die beteekenis aan hechten, die het noodzakelijk heeft. Dat tiek ik in twijfel. Anders moesten zij, dunkt mij, het groote verschil erkennen tusschen het zinnelijk leed en het zedelijk kwaad. Het zinnelijk leed toch, dat ons eerst door het onaangenaem gevoel hetwelk het bij ons opwekt, een kwaad toeschijnt, wordt ons later iets goeds, iets heilzaams, iets wat noodig was voor ons web-.ijn, wanneer wij eenmaal hebben gezien, of geloofd, dat liet ons heeft medegewerkt ten goede. Op zich zelf is het geen kwaad, maar wij noemen het een kwaad om de smart die het ons aandoet. Wij betreuren hot om de go\ olgen die het heelt, en houden dan ook op met treuren, als die gevolgen zijn weggenomen, of door andere verblijdende gevolgen worden opgewogen. Wel kunnen l.uei den lijdzaanisten Christen nog tranen in de oogen komen, als hij herinnerd wordt aan den zwaren slag die hem voor jaren getroffen heeft '); maar dat is niet omdat hij in dien slag een kwaad is blijven zien, waarmede zijne belangen in strijd waren; het is het zinnelijk gevoel dat in hem spreekt, en dat ook zijn rechten heelt, maar, zoo het wèl is, overstemd wordt door de geloofstaal: toch was het goed!

l-.il nu de zondel Verandert ook die van karakter, zoodra men haar te boven is V Kan men ophouden haar een kwaad te noemen, wanneer zij heeft medegewerkt om ons in een beteren toestand te brengen? Kan men

') Gelijk Dr. v. Gorkom opmerkt, Tijdsp. bl. 15 en Dr. van Manen, Wad. Lttt. bl. 261.