is toegevoegd aan uw favorieten.

Het berouw en het ethisch determinisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk af, als iets dat in zich zelf verkeerd is, en inet den waren aard mijner natuur in strijd is.

Houdt men alzoo liet berouw niet voor irrationeel, maar erkent men liet in zijn waarde en beteekenis, dan stelle men de zonde niet op ééne lijn met liet zinnelijk kwaad, zelfs niet met inachtneming van het tertium comparationis. Het zinnelijk kwaad is een kicaad, omdat het smartelijke gevolgen heeft, het zedelijk kwaad daarentegen is een kwaad omdat het strijdt met hetgeen ik als een heilig moeten, als eene verbindende wet in mijn gemoed heb leeren kennen. Wanneer ik het goede geniet dat door het zinnelijk kwaad is bewerkt, betreur ik het niet meer, en wensch ik niet meer dat het niet gekomen ware '); maar van het zedelijk kwaad blijf ik zeggen: ik had het niet moeten doen! Ik blijf het mij toerekenen, ik blijf het veroordeelen, al zijn de rampzalige gevolgen reeds lang overwonnen. Hiermede is niet gezegd dat ik altijd droefheid zal hebben, altijd zal blijven jammeren over hetgeen ik misdreven lieb. Met het jammeren is de vrede des harten onbestaanbaar, en wie blijft treuren, is niet volkomen zalig. Gaarne zeg ik het Dr. v. Gorkom na: »ook de tranen over de zonde zullen eenmaal door God afgewischt worden" "j. lleeds hier op aarde wordt de troost daarvan

') Ten onrechte zegt de Heer Jorissen (Gids, bl. 394) dat dit geen feit is, door de waarneming aan de hand gedaan, //daar de geloovige zoowel als de ongeloovige reageert tegen de pijn en strijdt tegen het zinnelijk kwaad." Immers is het niet de vraag wat de geloovige doet als hij pijn gevoelt, maar als de pijn verdwenen is. Ook kan men zeer goed tegen een zinnelijk kwaad strijden, al berust men in het kwaad dat reeds geleden is, al wenscht men, om de zegenrijke gevolgen, niet meer dat het niet geleden ware.

2) Tijdsp. bl. 190.