is toegevoegd aan uw favorieten.

Het berouw en het ethisch determinisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den godsdienst gaat spreken, als wij van den Heer Jorissen vernomen hebben. Dan neemt zij een geheel ander standpunt in, en houdt zij op, ter wille van haar streven, de belangstelling van de vrienden des Evangelies te wekken.

De vraag rijst echter op, of de moderne richting, als zij met beslistheid toont van dat standpunt een afkeer te hebben, het determinisme in hare bescherming mag blijven nemen. 01 zij het zal blijven doen, is de vraag niet. Modern en consequent zijn nog geen woorden van ééne beteekenis geworden. Het is maar de vraag of zij liet mag doen. Is het voor de rechtbank van het denken gerechtvaardigd, dat men aan zekerheid op het gebied van den godsdienst gelooft en dus den godsdienst niet maar houdt voor een werk der fantasie, en tevens gelooft dat God de zonde wil als noodzakelijk tot des mensehen ontwikkeling? Sluit het ééne liet andereniet uit { Ik geloot het wel. Even als ik deterministisch en ethisch een dilemma noem, eveiizoo meen ik dat er gekozen moet worden tusschen deterministisch en religieus.

Alleen door een gelukkige inconsequentie wordt de determinist voor het scepticisme bewaard. Dit is niet moeilijk te bewijzen. Niemand zal ontkennen dat de iaé van godsdienst medebrengt dat men »de eischen a an zijn zedelijk leven voor den uitgesproken wil van God houdt.' Is dat nu werkelijk zoo? Zijn de eischen \an ons zedelijk leven werkelijk Gods uitgesproken wil? Ik weet het niet — zegt de Heer Jorissen, en verklaart zich daardoor voor een aanhanger van liet scepticisme. Andere modernen daarentegen zullen er bevestigend op antwoorden. Maar dan? Dan tevens gelooven dat God de zonde, d. i, de overtreding van die zedelijke eischen, de aiwijking van de zedewet wil? Gelooven dat God op