is toegevoegd aan uw favorieten.

"De mensch van Gods geslachte"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinnige dat de stoffelijke wereld ook hem aanbiedt, onwillekeurig uitroept: «daar is een God!» Wie den blik weet te wenden naar 's werelds vroegsten morgen, ontdekt er de eerste sporen van geloof. Het geloof is reeds een openbaring, een gevoel van een Gods-bestaan in den mensch, het is dat zijn van Gods geslacht hetwelk onzes ondanks bestaat, en op wondervolle wijze soms Zijn aanzijn doet bespeuren. Zoo knielt zelfs de grootste twijfelaar in aanbidding neder, zoo roept hij sidderend en stamelend uit: « Er is een God.» Dat is Gods heerlijkheid, welke eene in hem ontwakende geesteskracht wenscht te aanschouwen, en welker bestaan eene ongekende liefde, eene uit God ontsprotene en tot God wederkeerende liefde hem slechts in flaauwe omtrekken gevoelen doet.

Men denke hier niet aan eene of andere, door wien ook geleerde zedeles. Het is de levenszucht, een hijgen naar geluk, sterker dan de zonnegloed, die de nevelen verdwijnen doet, en dat hem de belijdenis doet uitspreken: «daar is een God.» Wie, na vroegeren twijfel, deze belijdenis der waarheid op nieuw aflegt, hem is die dag een levensdag geworden, waarop de dood zich van het leven losmaakt. De zoodanige laat zich het geloof aan een Gods-bestaan nimmer meer ontrooven.

Maar niet minder spreekt ook de natuur van eene Almagt, als allerhoogst geestesleven, wonende en kracht uitoefenende in het heiligdom der natuur. De nacht moge vele schoonheden der natuur voor 'smenschen oog omsluijeren, toch hoort men het koor der nachtegalen tot den kriekenden dageraad; evenzoo het gefluister van