Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behaagd heeft, daar anders over te denken, zo antwoorden wij bevestigend.

Omdat de gelovige niet opgehouden heeft een schepsel te zijn toen hij een nieuw schepsel werd, zo is en büjft hij ook verplicht tot een persoonlijke gehoorzaamheid aan de wet der 10 geboden door het gezag van Vader, Zoon en H. Geest, als zijn Schepper. Echter, dit gezag is, voor zover het hem betreft, tot hem ge komen door Jezus Christus, uit wiens mond hij de wet ontvangt, omdat deze is zowel de Heere zijn Schepper als de Heere zijn Verlosser, in Wien alle de volheid der

Godheid lichamelijk woont.

Zo ook kan het zondige schepsel zich nimmer schikken tot zulk een gehoorzaamheid, welke aangenaam zou zijn voor God of profijtelijk voor hem zelf, tenzij des Scheppers gezag door dit kanaal tot hem komt.

Wii ziin het geheel en al eens met onze Belijdenis, welke zegt: „Dat de geestelijke wet der 10 geboden voor eeuwig allen verbindt, zowel gerechtvaardigde als andere mensen, tot gehoorzaamheid aan die wet, met slechts voor wat betreft de zaken daarm vervat, maar ook tegenover God de Schepper, die deze wet gaf. En dat Christus in geen enkel opzicht m het Evangelie ons hiervan ontslaat, doch integendeel deze wet bevestigt." (Hoofdst. 19.)

Want, immers, hoe kan deze wet ook maar iets \ an haar autoriteit verliezen, waar zij tot de gelovige komt door zulk een liefelijke, zoete en gezegende weg, als de hand van Christus is, die niet alleen de allerhoogste God en Schepper is, maar in Wien, als d.e Zoon, ook de autoriteit, de majesteit en de souveramteit des Vaders is, Die met de Vader heeft hetzelfde wezen en met Hem is van gelijke kracht en heerlijkheid? „Hoedt u voor Zijn aangezicht (zo zegt de Heere tot Israël met betrekking tot Christus, de Engel des Verbonds) en weest Zijner stem gehoorzaam en verbitter Hem niet, want Mijn Naam is in het binnenste van Hem" (Ex. 23 : 21), dat is, zoals wij het begrijpen, mijn gezag, souvereiniteit en alle aanbiddelijke vol-

Sluiten