Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de Marrow-mannen bevestigend beantwoord. In vraag 4 wü de commissie dan weten, of de wet der zeden vóórdat ze tot een werkverbond gesteld werd, reeds een bedreiging bij een mogelijke overtreding bevatte. Hierop antwoorden de Marrow-mannen, dat de wet der zeden nimmer op zie heeft gestaan ten opzichte van de mens, maar v°or de m®°® altijd verbonden is geweest, óf met het werkverbond of met het genadeverbond. Met zo over de wet op zichzelf te gaa redeneren, komt men op het gebied der onderstellingen en

dat heeft geen practisch nut.

De Synodale commissie is waarschijnlijk tot deze vraag gekomen, om daardoor te betogen, dat, indien het wezen van de wet de dreiging des doods bevat, en het duidelijk is, dat ieder redelijk schepsel eeuwig aan deze wet verbonden is, dan allen, dus óók de gelovigen, nog bedreigd worden met de

vloek. .

Hiertegen komen de Marrow-mannen op. Zij zeggen met stelligheid, dat voor de gelovigen de vloek niet verbonden is aan de wet, zoals deze een eeuwigdurende regel des levens is.

Het anders te stellen geeft ook de anti-nomianen (wetbestrijders) voet. Immers, door te stellen dat de vloek in alle gevallen aan de wet is verbonden, kunnen deze zeggen: De gelovigen zijn verlost van de vloek, dus zijn ze ook vrij van de wet en behoeven deze niet meer als een regel des levens te

beschouwen. ,

Daarom houden de Marrow-mannen er aan vast, dat de gelovigen wel vrijgemaakt zijn van de vloek der wet, vrijgemaakt van de wet als een werkverbond, maar dat ze eeuwig en liefelijk verbonden zijn aan de wet der zeden zoals zij daaraan verbonden zijn in de weg van het genadeverbond, en welke wet zij daarom uit de hand van Christus hebben ontvangen (zie het antwoord op vraag 2.)

In vraag 5 vraagt de Synodale Commissie dan nog, of alleen de gelovigen vrijgemaakt zijn van de wet, als een verbond der werken, hetwelk door de Marrow-mannen bevestigend wordt beantwoord. De bedeling van het Evangelie maakt alle mensen, die daardoor leven, niet vrij van de vloek, want dan zouden ze van onder het werkverbond verlost zijn en toch later verloren gaan onder de vloek van dat verbond. Alleen de gelovigen zijn verlost van de vloek, omdat Christus voor hen een vloek geworden is.

Antwoord. Wij antwoorden, gelijk wij reeds zeiden in

onze verantwoording:

Dat de belofte des levens en de bedreiging van de dood, toegevoegd aan de wet des Scheppers, deze wet maakte tot een verbond der werken, zoals dit voor-

Sluiten