Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld is aan onze eerste ouders. En hun eigen toestemming maakt het tot een aanvaard verbond (deze toestemming nu, kon niet worden geweigerd door onzondige schepselen). De kundige Durham zegt:

„Een wet behoeft niet noodwendig meer in te houden dan: le Dat ze bestiert; 2e Dat ze beveelt. Zo zet dan haar gezag klem bij tot gehoorzamen.''

„Een verbond sluit voorts noodzakelijkerwijs beloften in, als men aan zekere voorwaarden van dat verbond voldoet; of er zijn bedreigingen aan toegevoegd, voor het geval aan de voorwaarden niet wordt voldaan."

„Welnu, zegt hij, men kan deze wet beschouwen zonder dat deze een werkverbond is, want God was vrij om er al dan niet beloften bij te geven en de bedreigingen, zouden nimmer enig gevolg hebben gehad, indien deze wet zou zijn nagekomen.''

Hieruit was het duidelijk voor deze grote godgeleerde, dat de wet der natuur tot een werkverbond was gemaakt, door er de belofte des levens en de bedreiging van de dood aan toe te voegen.

Van hetzelfde gevoelen is ook Burgess en zijn ook de Londense predikanten, als ze zeggen: „Er zijn slechts twee dingen, welke tot het wezen van een wet behoren en dat is le. bestiering en 2e. verplichting.

Ten le. De bestiering; daarom is de wet een regel; zo wordt Gods Wet vergeleken bij het licht.

Ten 2e. De verplichting; want hierin ligt het wezen der zonde, dat zij deze wet verbreekt, hetgeen immers de verbindende kracht dezer wet veronderstelt.

Voorts zijn er twee uitvloeisels van deze wet, welke tot haar welwezen behoren, opdat zij te beter moge worden gehoorzaamd en deze maken de wet dan ook tot een werkverbond; en deze zijn:

le. De bekrachtiging der wet door middel van een belofte. Dit nu is een geheel vrije zaak. Immers, God had de mens, vanwege zijn heerschappij over hem, tot gehoorzaamheid kunnen verplichten, zonder hem ooit de belofte van het eeuwige leven te hebben gegeven.

Sluiten