Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2e. Wat het andere uitvloeisel van de wet aangaat, n.1. de vloek en straf, dit is slechts een bijkomstig uitwerksel en behoort niet noodzakelijk tot de wet, want deze vloek en straf is slechts dan het gevolg, als er een overtreding begaan wordt.

Een wet toch is een volkomene, verplichtende wet, ook al vervloekt zij niet daadwerkelijk. Bij de engelen, die bevestigd zijn in hun staat, heeft deze wet alleen maar een verplichtende, gebiedende kracht (geen vervloekende). Immers, dat die engelen onder de wet waren is duidelijk, want anderszins zouden ze niet hebben kunnen zondigen; want waar geen wet is, daar is geen overtreding."

Hoewel er nu geen reden is, om op grond van onze verantwoording hierover, meer bij te voegen, toch willen wij nog het volgende zeggen:

Een belofte des levens, gedaan op grond van het vervullen van een plicht, dat wil dus zeggen: uit hoofde of op voorwaarde van iemands doen, is een verbond der werken (of het werk nu meer of minder is, is onverschillig, omdat slechts de heilige wil in dat gebod de regel is.) Wij erkennen, dat er in het Evangelie, in de brede zin genomen, beloften des levens en bedreigingen des doods, zowel als geboden zijn voor hen die in Christus geloven, en dat de godzaligheid de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens heeft, volgens het verbond. Evenwel zijn wij overtuigd, dat geen belofte des levens gegeven is op de onderhouding der geboden, zomin als de eeuwige dood bedreigd is op de overtreding daarvan. Immers, dan zou het recht ten leven niet ganselijk steunen op Christus en diens gerechtigheid voor hen verworven, maar op iets in hen of door hen verricht. En hun latere zonden zouden hen dan weer brengen onder de wrekende toorn en de vloek der wet. En hiervan waren ze immers voor altoos bevrijd, in hun vereniging met Christus, die voor hen tot een vloek gemaakt was, om hen van onder de vloek te verlossen. (Rom. 6 : 14 en 15; Rom. 8:1; Gal. 3 : 13; Gal. 4:5) en onze belijde-

Sluiten