Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 't kort gezegd: Deze voorgewende ongerijmdheid, wil op zijn ergst genomen, dit zeggen: Betaal geheel voor uzelf öf verschaf een goede en voldoende betaling door een borg, maar tot zolang zal ik niet ophouden van tegen u op te treden zonder verzachting of genade.

Daarom is de ongelovige gerechtelijk veroordeeld door de wet, zowel omdat hij niet gebleven is in al wat geschreven is in het boek der wet om dat te doen, als omdat hij niet geloofd heeft in de naam van de Zone Gods.

VRAAG 6.

Heeft een gerechtvaardigd zondaar op éénmaal alles, wal nodig is tot zijn zaligheid? En is de persoonlijke heiligheid en het toenemen in gehoorzaamheid niet nodig voor gerechtvaardigde personen om de heerlijkheid te bezitten, zo zij in leven blijven na hun rechtvaardigmaking ?

Toelichting van den vertaler.

In de vragen 6 en 7 wil de Commissie van de Synode er nog weer voor pleiten, dat het Evangelie eisen bevat. Om de eeuwige heerlijkheid daadwerkelijk te bezitten, moet, naar hun mening, de gelovige een persoonlijke heiligheid hebben. Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien, dus moet deze heiligmaking gepredikt worden als een eis, als een grond voor de zaligheid. Dus kent, naar hun mening, het Evangelie toch ook eisen.

Daarom vragen ze in vraag 6 of de gerechtvaardigde zondaar op éénmaal alles heeft, wat tot de zaligheid nodig is, dan wel, of tot de zaligheid óók vereist wordt een persoonlijke heiligheid, welke eerst trapsgewijze wordt verkregen, wanneer zulk een gerechtvaardigde nog blijft leven. Zij achten het gevaarlijk om het eerste te stellen, want dan heeft de eis van heiligmaking, naar hun mening, geen kracht.

Daarom vragen zij vervolgens ook in vraag 7, of het dan gevaarlijk is voor de leer van vrije genade, om de noodzakelijkheid van een heilig leven te prediken.

De Marrow-mannen antwoorden, dat inderdaad een gerechtvaardigde persoon daadwerkelijk in een staat van zaligheid is gekomen, en op éénmaal in Christus alles heeft, wat tot deze zaligheid nodig is. De persoonlijke rechtvaardigheid en heiligheid zijn in zulk een persoon onafscheidelijk verbonden.

Sluiten