Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierbij moet altijd in aanmerking worden genomen, dat wij uitgaan van de gedachte, dat al deze zaken worden toegepast en gewerkt door de Heilige Geest, die Christus, zijn gerechtigheid, zijn zaligheid en algehele volheid tot ons in de belofte en aanbieding des Evangelies brengt. Ter zelfder tijd klaart Hij ons op ons recht en onze bevoegdheid tot deze werkzaamheid, zonder dat wij zouden behoeven te vrezen van daarin te zullen falen. Hij bemoedigt ons en bekwaamt ons tot een mate van gelovig aannemen en omhelzen voor onszelf, zonder geld en zonder prijs.

Dit vertrouwen, deze verzekering, of wat naam men er ook aan geven moge, houden wij voor hetzelfde als wat onze belijdenis en onze catechismus noemen het aannemen, het ontvangen van Christus, en het rusten op Hem die ons in het Evangelie tot onze behoudenis wordt aangeboden.

Zowel door de godgeleerden, die de leer verdedigen, als door hen die practikaal schrijven, wordt dit genoemd het „fiducia specialis misericordiae", het toepassend geloof, het heilvattend geloof, het aanklevend geloof: een rusten, een verloving, een gelovige toestemming en een toeëigenende overreding enz. Dit alles komt, wel verklaard, neer op een bepaalde mate van dit geloof en van deze verzekering, waarvan wij hebben gesproken. Wij zijn dan ook ten volle overreed, dat onze vaderen en alle protestantse godgeleerden dit, overeenkomstig de Schrift, de verzekering des geloofs noemden.

Het is waar, dat brandend en schijnend licht der kerk. John Davidson, noemt in zijn catechismus het geloof een verzekering des harten, dat onze zonden ons vrij vergeven zijn in Christus; ook noemt hij het een vaste overreding des harten, dat Christus door Zijn dood en opstanding onze zonden heeft weggenomen en ons bekleed heeft met Zijn volmaakte gerechtigheid, dat hij ons geheel hersteld heeft in Gods gunst. Hij beschouwde dit als het deel van elkeen, die Christus van harte aanneemt, zoals hij in het evangelie tot ver-

Sluiten