Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichzelven Christus en zijn zaligmakende weldaden toeeigent f

Antwoord. Deze vraag is in het brede en ten volle beantwoord in hetgeen in het onmiddellijk voorafgaande is gezegd, zodat wij daarnaar verwijzen en tot de 10e vraag overgaan.

VRAAG 10.

Mag men zeggen, dat de openbaring van de goddelijke wil in het Woord, welke volmacht verleent om Christus aan alle mensen aan te bieden, en eveneens een volmacht is voor allen, om Hem aan te nemen, een daadwerkelijke gift des Vaders is en een schenking van Christus aan het menselijk geslacht?

Wordt deze schenking door souvereine genade aan het hele menselijke geslacht gedaan ? En, is deze schenking volstrekt df voorwaardelijk?

Toelichting ran den rertaler.

De 10e vraag handelt over het vrije en algemene aanbod van Christus aan alle mensen, tot wie het Evangelie gebracht wordt. De Marrow-mannen zeggen terecht op grond van Gods Woord, dat de Vader Zijn Zoon aan het ganse menselijke geslacht heeft geschonken, en dat Hg belooft, dat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Dat, ofschoon de verwerving van de zaligheid en ook de dadelijke toepassing alleen de uitverkorenen geldt, die door de Vader aan de Zoon gegeven zijn, het aanbod van genade komt tot allerlei mensen, en dat heet in de H. Schrift een gift of schenking.

Dit „geven" is niet een in-bezit-stellen. Dat laatste volgt alleen op het aannemen door het geloof. Maar dit geven of schenken is een machtiging van Gods-wege om te geloven en deze gift aan te nemen en gaat daarom aan het geloven vooraf. Dit aanbod geldt niet de uitverkoren, maar het verloren menselijk geslacht.

De Synodale Commissie vraagt nu of deze schenking een daad van souvereine genade is, en of deze schenking onvoorwaardelijk of voorwaardelijk is.

De Marrow-mannen antwoorden, dat dit aanbod volkomen vrg is, maar niemand is Christus deelachtig, alvorens hij Hem door het geloof heeft aangenomen.

Sluiten