Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Primitieve voortzetting van het leven.

Vooreerst zijn daar al die vormen van levensbeschouwing, die wij gewoon zijn „primitief" te noemen, omdat wij ze het vaakst bij de zoogenaamde „onbeschaafde" volken vinden, maar die even goed voorkomen in de godsdiensten der Oudheid en die ook in onze eigen religie allerminst ontbreken. Al deze vormen van levensbeschouwing komen daarin overeen, dat het leven als een eenheid wordt gezien. De ons zoo vertrouwde tegenstelling tusschen lichaam en ziel, of lichaam en geest, bestaat hier öf heelemaal niet öf nauwelijks. De mensch bezit leven, dat niet in stoffelijk en geestelijk leven wordt onderscheiden. Wij zeggen, dat iemand moed heeft, en bedoelen daarmede een geestelijke eigenschap. Hier echter heet het, dat iemand moed heeft, wanneer zijn zakje met „medicijn", met magische kracht, in orde is. Zijn moed zit in het zakje. Wij zeggen, dat iemand gezag heeft, en bedoelen daarmede iets van moreelen aard. Hier heet het, dat iemand gezag heeft, wanneer zijn knots stevig genoeg is en met de noodige behendigheid wordt gezwaaid. Omgekeerd spreken wij van

Sluiten