Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanduiding van het onlichamelijk wezen van den mensch. Ziel en geest zijn in de primitieve wereld beide uitdrukkingen voor den mensch zelf, in de volheid van zijn leven, lichamelijk èn geestelijk. Toch duiden ze niet den mensch zoo maar aan. Zij wijzen op datgene aan den mensch, wat aan den mensch boven het begrip uitgaat, als het ware boven-menschelijk is. Geest is dan de mensch zelf, die, zooals Nietzsche het uitdrukt, „neen" zegt tot de gegeven werkelijkheid. De primitieve mensch aanvaardt namelijk het leven niet, zooals het hem bij de geboorte werd gegeven, maar hij wil er iets van maken. Hij legt zich niet neer bij de natuur. Hij kent het begrip „natuur" niet eens. Kr is geen dwazer aanwendsel, dan dat men primitieve menschen „natuurmenschen" noemt. Zij staan van de natuur, van den gewonen loop der dingen, verder af dan wij. Duizend scrupules binden hen, duizend vooroordeelen beletten hen zich bij den gang van zaken neer te leggen. Zij aanvaarden het leven niet, maar zeggen er „neen" tegen, en beproeven, met behulp van duizend riten en gebruiken er iets anders van te maken, iets, dat met hun denkbeeld van het leven, zooals het zijn moet, beter overeenstemt. Wij glimlachen om den „wilde", die zich het neusbeen doorboort, en wanneer wij hem op een plaatje zien, denken wij: welk een barbaar! Toch is de barbaarsche gewoonte van het neusbeen doorboren een van de vele gebruiken, waardoor de mensch zich van

Sluiten