Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arm mensch, een arm, vergankelijk lichaam en een zwakke ziel; en er is iets machtigs, overmachtigs, dat tot deze geplaagde ziel en tot dat broze lichaam zegt: sta op, schud uw zand af! —• Als het maar kon! Maar het kan niet. Eén is er maar geweest, die ,,zijn zand afgeschud heeft", Jezus Christus. Ook zijn leven werd gebroken; maar het richtte zich weer op. Kn in de gemeenschap met Hem is er ook voor ons hoop.

Nu weet ik wel, dat voor vele geloovige christenen juist deze hoop vorm krijgt in het geloof in het „voortbestaan van de ziel". Men bedoelt dan daarmede, dat, wat ook door den dood moge worden afgebroken, God „iets" van den mensch grijpt en vasthoudt en tot een nieuw, eeuwig leven brengt. „Ziel" wordt dan verstaan als het wezenlijke in den mensch, en het wezenlijke als datgene, dat door God gegrepen en tot nieuw leven herschapen wordt. — Maar met deze echt christelijke gedachten verbindt zich al te vaak het grieksch-heidensch onsterfelijkheidsgeloof. Het lichaam wordt aan den dood overgelaten, maar de ziel geldt als het goddelijk bestanddeel van den mensch, dat „natuurlijk" (al te natuurlijk!) voortbestaat. De hoop wordt dan van haar karakter beroofd en maakt plaats voor een overtuiging aangaande eigen duurzaamheid, onsterfelijkheid, goddelijkheid. De realiteit van den dood wordt a priori ontkend. Het eeuwige leven wordt L een leven in het verlengde van het eigen leven. Het geloof wordt een niet-willen-sterven, of, op

Sluiten