Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ziel, „noch een daemonische macht, waaraan de mensch, zonder eigen verantwoordelijkheid, onderworpen is, maar de mensch zelf in zijn schuldige verlorenheid, de mensch zelf namelijk, voorzoover hij begrepen wordt uit de sfeer van de sarx, dwz. het zichtbare, aantoonbare, hetzij dit bestaat uit natuurlijke gegevenheden, hetzij uit historische situaties, hetzij uit tastbare prestaties" (Bui/tmann). — Aan den anderen kant echter is de „geest" (pneuma), waarvan Paui,us spreekt, niet het eeuwige in den mensch (dat kent Paulus niet), zelfs niet de hoogste trap van een driedeeling in het lichaam, ziel en geest. De geest is het geschenk van God aan den mensch, van buiten af hem ingestort; de geest is het werk van God aan den mensch, is Christus, zooals Hij in den mensch gestalte krijgt; want „de Heer is de Geest". En „wie den Geest ontvangen heeft, is een nieuwe schepping". De pneumatische, geestelijke mensch, zooals Paulus hem teekent, is dus niet de mensch naar zijn hoogste mogelijkheid, naar zijn goddelijk wezen; doch de mensch, die van God den geest heeft ontvangen, waardoor hij zeggen kan: lieve Vader! — Wij zien: Paulus was geen hellenist, doch een goed christen uit de Joden.

De gedachtengang van den Apostel brengt ons nu tevens tot een laatste vraag: geldt hetgeen wij hebben gezegd alleen en uitsluitend van de verhouding van het leven hier op aarde en het nieuwe leven na den dood? Of moeten wij niet veeleer

Sluiten