Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dan ook nog — misschien wel als belooning —• een Opstanding. Verlost worden beteekent opstaan; en Gods gebod kan alleen volbrengen, wie —■ door Gods genade — is begonnen op te staan.

Om dit goed te begrijpen, moeten wij nog even op de zoo merkwaardige uitdrukking „opstanding" terugkomen. Denken wij ons goed in, wat met „opstaan" bedoeld is, dan bemerken wij, dat opstaan heelemaal niet een mooi, menschelijk ideaal is, integendeel: bet geloof in de Opstanding volgens het Evangelie gaat lijnrecht in, niet tegen de „wetenschap", of de „logica", maar — en dat is heel wat erger! — tegen ons diepste verlangen en begeeren. Naar een voortbestaan, vooral wanneer het gelukkig en misschien wel goddelijk is, verlangt iedereen. Maar de opstanding schuwen wij. Omdat zij zich richt tegen ons gansche aardsche bestaan, tegen onze gansche vervallenheid, tegen ons zijn, zooals wij het nu eens beklagen, dan weer liefhebben, maar altijd willen handhaven. Opstanding, dat beteekent, dat wij op moeten staan, aangeraakt door de machtige hand Gods. „Ontwaakt gij, die slaapt, en staat op uit de dooden, want Christus licht over u". De Opstanding is niet een troost voor bedroefden in de eerste plaats; dat is zij eerst, wanneer wij haar hebben verstaan als gebod Gods: schud uw zand van u af! God wil een nieuw schepsel van u maken, lichaam en ziel. Maar nu kunt gij ook niet blijven liggen. De dag is zoo lang reeds

Sluiten