Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de iambische poezie, die zich beter leende voor. het vertellen van alledaagsche gebeurtenissen en niet zelden een spottend karakter had.

In de 6de eeuw v. C. kenden beide genre's te Athene een tijd van grooten bloei; de wijze bestuurshervormingen van Solon, gevolgd door het gematigd bewind van Pisistratus, lokten vele vreemdelingen naar Athene; onder dezen waren ook zangers en fluitspelers uit de Dorische staten Sparta en Argos.

Deze lieden plachten op het voorjaarsfeest van Dionysus, als de god Ln feestelijken optocht door de stad werd gevoerd, een wedstrijd te houden in koorliederen, waarbij zij als satyrs of bokken (bok = tragos) verkleed waren. De Athener Thespis nu dichtte in 534 een koorlied, dat door de tragoi werd opgevoerd, maar waarbij hij zelf ook optrad, in iambische verzen de strophen van het koor beantwoordend. De nieuwigheid viel in den smaak en Thespis kreeg den prijs. Zoo werd 534 v. C. het geboortejaar der tragedie.

Toch draagt een ander dichter, en terecht, den naam „vader der tragedie". Dit is Aeschylus, geboren pl.m. 510 v. C. Hij toch heeft voor het eerst ingezien, welke ontzaglijke perspectieven de vinding van Thespis opende, hij heeft den weg gewezen aan komende geslachten, hij is de ontdekker van de scenische handeling (Gr. drama, Lat. actio, beteekent handeling).

Aeschylus n.1. voerde ee\i tweeden tooneelspeler in, waardoor een gesprek en een

Sluiten