Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koorliederen, die in zijn stukken voorkomen, zijn lyrische intermezzi buiten het dramatisch verband. Zoo ging de aandacht geheel den tooneelspelers gelden, maar ook hun taak werd anders. Hun monologen, die in voortdurenden samenhang met de koorpartijen, steeds den oorsprong der tragedie hadden bewaard, werden losgemaakt van het koor en mede onder invloed van de uit het Oosten binnendringende nieuwe muziek ontwikkelden z,ij zich tot solo-aria's.

Maar van veel grooter belang is de innerlijke waarde zijner werken en wij mogen het den tijdgenooten niet al te zwaar aanrekenen, dat zij de overstelpende hoeveelheid nieuwe 1 gedachten niet konden bevatten. Diep bewogen door de ellende van allen, die gedrukt en getrapt worden, droomt hij idealen, die op communisme lijken: gelijk recht voor allen, slaven niet uitgezonderd, daar allen toch in wezen gelijk zijn.

Maar daarnaast is hij diep doorgedrongen in de geestelijke stroomin,gen van zijn tijd; overal vinden wij de sporen van Ionische natuurphilosophie, socratische dialectiek en het scepticisme der sophisten. Toch blijft hij haast altijd de dichter, wien het niet om de behandeling van een wijsgeerig probleem te doen is, maar om de ontwikkeling van een ethisch conflict in de meuschelijke ziel. Hierin is hij meer verwant met Aeschylus, den dichter van „Prometheus" en „Orestie" dan met Sophocles, die het innerlijk conflict niet kent.

Voor de latere litteratuur is Euripides echter in een ander opzicht belangrijk, n.1.

Sluiten