Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Azaf daarentegen had behoefte den Heere te erkennen.

En zeg mij, Geliefden, ofschoon gij uzelven moet beschuldigen van zeer veel ontrouw, en schaamte uw aangezicht moet bedekken, gevoelt gij geenen drang des harten, om in deze ure de daden des Heeren voor Zijn aangezicht te erkennen en uw kinderen bekend te maken ?

Door dit te doen, in gehoorzaamheid aan God, kunnen wij eenen zegen voor het nageslacht verwerven.

Immers, een volk, dat zijne eigen geschiedenis vergeten is, wordt er gemakkelijk toe vervoerd, om andere beginselen, daarmede in strijd, te aanvaarden.

En aangezien wij geneigd zijn, de loffelijkheden des Heeren te vergeten, mogen we wel elke gelegenheid, die zich aanbiedt, aangrijpen, om ze door woord en daad der vergetelheid te ontrukken.

Dit geschiedde, met betrekking tot de daden des Heeren, niet zelden onder Israël. Er werd een teeken opgericht tot eer van God, om de gewaarwording des harten te versterken, en bovendien de gebeurtenis voor het nageslacht levendig te houden. Op zoodanig teeken der hulpe, tot eer van en uit dank aan God opgericht, wenschen wij u heden te wijzen.

Doch wenden wij ons vooraf in den gebede tot Hem —• „uit Wien, door Wien en tot Wien alle dingen zijn."

GEBED.

Gezongen : Psalm 118 : 7, 8.

De Heer is mij tot hulp en sterkte,

Hij is mijn lied, mijn psalm gezang;

Hij was het, die mijn heil bewerkte;

Dies loof ik Hem mijn leven lang,

Men hoort der vromen tent weergalmen Van hulp en heil, ons aangebracht;

Daar zingt men blij, met dankbre psalmen :

Gods rechterhand doet groote kracht.

Sluiten