Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doen wij het mede onder het opschrift: Steen der hulpe.

I. Teeken van rijke herinnering.

II. Vertolking van dankbaar gevoel.

III. Verklaring van ootmoedige verwachting.

Wanneer we ons de lotgevallen der gemeente uit het grijs verleden te binnen brengen, worden we onwillekeurig bepaald bij hetgeen vóór 9 Maart 1851 op haar betrekking had en bij hetgeen sedert 9 Maart van dat jaar, in verband-met hare stichting, alhier tot stand gekomen is.

Men zou geheel op een dwaalspoor komen, indien men van meening was, dat het werk der scheiding van 1834, de eerste verschijning van de kerk Gods op aarde was.

Met onze belijdenis zeggen we : „Deze kerk is geweest van het begin der wereld af en zal zijn tot het einde toe." „Deze heilige kerk" (zoo heet het verder) „wordt van God bewaard, of staande gehouden tegen het woeden der geheele wereld."

Verval in leer en zeden maakt het meermalen noodzakelijk, ingrijpende maatregelen te nemen, dat het kwaad geweerd worde of noopt ons, indien de fondamenten waarop het gebouw rust zijn weggenomen, met zoodanig kerkverband te breken.

De Synode van Dordt 1618—1619, door Prins Maurits sa&mgeroepen, doet ons aan het eerste, doch de Scheiding van 1834 aan het tweede geval denken.

Immers, het werk der Scheiding was niet slechts eene geestelijke opwekking die onze vaderen in een verkeerd spoor geleid heeft. Het was geen werk, krank aan den levenswortel, maar eene daad uit gehoorzaamheid aan God, door de kracht van Hem verricht.

Sluiten