Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben er meê te rekenen, dat zij in dagen van voorspoed even afhankelijk van den Heere zijn als in dagen van tegenspoed. Er dreigt gevaar, dit laatstgenoemde te vergeten.

Immers, de mensch valt zoo spoedig in het een of ander uiterste. Zijn de omstandigheden, welke ons levenspad vergezellen ontmoedigend, dan denken we menigmaal, dat er nu nimmer een lichtstraal op onzen weg zal schijnen, het levensgeluk voor altijd gebannen is, de aarde niets anders dan doornen en distelen voor ons draagt. Schijnt integendeel de zon van voorspoed op ons pad, geeft de Heere ons den schat der gezondheid; hoe spoedig vergeten wij, dat we door tal van ziekten bedreigd worden, dat onze vijanden op wacht staan om ons in een onbewaakt oogenblik te overvallen, dat wij de bijblijvende genade Gods behoeven.

Hierop wordt Israël gewezen ; al is er een groot leger verslagen door den arm des Heeren — de laatste van Israëls vijanden is nog niet verdelgd. Integendeel, de overgebleven volken des lands zijn om Israël te beproeven of zij den weg des Heeren zullen houden.

Is dat woord „tot hiertoe" ook voor ons geen woord, dat we ter harte hebben te nemen ? Wel heeft de Heere ons „tot hiertoe" bij de waarheid, bij ons beginsel bewaard, maar noch kunnen wij in eigen kracht niet voortgaan op dezen weg. Wel heeft Israëls Helper in den strijd uitkomst verleend, maar nog leven we in de strijdende kerk. Hij, de Machtige Jakobs, heeft ons tot heden gezegend, doch hoe bang zou het ons zijn, indien om onze zonden die hand gesloten werd.

Onze verwachting moet eene ootmoedige zijn. Dit doet ons denken aan :

2e. Een onderwijzing om den Heere niet te vergeten, in ons tekstwoord vervat. Indien Israël den Heere

Sluiten