Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

•„Het heil is des He er en!" - zoo getuigt David, nadat de Heere hem verhoord heeft van den berg Zijner heiligheid en te midden van zijn lijden zóó heeft getroost, dat zijne ziel stil werd tot God en hij zich rustig kon nederleggen en slapen, verzekerd van de hulp des Heeren, gelijk wij lezen in dezen 3en Psalm vs. 4: „Gij, Heere, z ij t een schild v o oj m ij, m ij n e e e r e n D i e m ij n hoofd opheft." Ys. 6 en 7: „Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want. de Heere ondersteunde mij; ik zal niet vreezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten." Ja, ofschoon de vijanden hem nog vervolgen en benauwen, zoodat hij roept: „Sta op, o Heere! verlos mij mijn God!" — zoo is hij toch van het heil gewis; hij heeft eenen vasten grond voor de verhooring van zijn noodgeschrei, — immers hij noemt den Heere zijnen God, gelijk ook elders den God zijns heils, en tegen al zijne vijanden in zegt hij tot zijnen God: „Verlos mij, want Gij hebt al mijne vijanden op het kinnebakken geslagen, de tanden der goddeloozen hebt Gij verbroken!" — En de koning verblijdt zich over dat heil des Heeren — niet slechts voor zichzelven, maar bovenal, omdat des Heeren eer is gehandhaafd, omdat Zijn Woord is gebleken waarachtig te zijn; — hij verblijdt zich voor al dat arme volk, dat door hem, den gezalfde des Heeren', het heil des Heeren verwachtte en nu in zijne verwachting niet beschaamd wordt, niet overgegeven wordt aan het geweld der vijanden, maar het heil des Heeren zal ervaren; daarom wendt David zich met een blij en dankbaar hart tot den Heere, roemende Zijne ontferming en trouw: „(Jw zegen is over Uw volk!"

David is hierin een voorbeeld van onzen Heere Jezus Christus, Die Zich te midden van Zijn lijden in den geest verheugde over het heil des Heeren, waardoor de Naam des Vaders zoude worden verheerlijkt en alle ellendigen en

Sluiten