Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droogte, maar juist zoo wegzinkende voor den toorn Gods, — zijne zonde, zijne goddeloosheid bekennende, vindt hij Genade, vindt hij vergeving van zonden, vindt hij het Lam voor hem geslacht en verbrand in het vuur der heiligheid en der liefde Gods aan het hout des kruises. O hoe lief is hem nu de heiligheid des Heeren ! Het woord en de ervaring, dat God een verterend vuur is, drijft hem niet weg van Christus en de Genade, maar drijft hem juist tot de Genade, om die vast te houden en bescherming te zoeken alleen onder hare vleugelen. Zoo wordt aan hem de belofte Gods vervuld, die wij zingen uit Psalm 91:7 en 8 :

Dewijl zijn ziel Mij teer bemint,

(Dus laat God Zelf Zich hooren)

Heb Ik voor hem, als voor mijn vrind,

Een heilrijk lot beschoren ;

Omdat hij Mijnen Naam erkent,

Zal hem Mijn gunst verzeilen;

Ik zal hem redden uit d' ellend',

En op een hoogte stellen.

Hij zal, in alle ramp en pijn,

Tot Mij om uitkomst zuchten,

En Ik gestadig bij hem zijn,

In al zijn ongenugten, t Gevaar zal ik hem doen oiitvliên ;

Zijn levensdagen rekken ; k Zal hem Mijn eer en he.1 doen zien,

En nooit Mijn hulp onttrekken.

Geliefden in onzen Heere Jezus Christus !

Dat deze belofte Gods u getroost hebbe en t r o o s t e, — U, die van niets wilt weten dan van de Genade, die ik u gedurende zoovele jaren heb mogen

Sluiten