Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van eene uiting van calvijn aangaande de Geneefsche Libertijnen.

De schrijver van „Politieke Samenwerking" verdedigt het staan naast de Roomschen in den politieken strijd. „En", zoo zegt de schrijver op blz. 18, „daarmede doen wij hetzelfde „wat zelfs een Calvijn zou hebben gedaan. Immers Calvijn „drukt zich in zake samenwerking met Rome tegen de libertijnen aldus uit: ,,Het zou wat fraais zijn dat ik den paus „„met zijne trawanten en dienaren naar vermogen tegenstond „„en intusschen hen geworden liet, die nog veel gevaarlijker „„vijanden Gods zijn — "" Hier roepen wij: „halt — gij hebt een tusschenzin weggelaten en wel die woorden, welke aan ieder het recht ontzeggen calvijn naast Rome te plaatsen tegen de Libertijnen.

Want Calvijn schreef: „het zou wat fraais zijn wanneer „ik naar vermogen den Paus en zijne trawanten tegenstond — „aangezien ik de kerk van God niet kan opbomven, dan door „ te strijden tegen zulken, die haar zoeken te verwoesten — „en intusschen hen liet begaan die nog veel verderfelijker „vijanden Gods zijn" enz. 1)

Is het misverstand of opzet, dat juist die woorden welke den Paus en zijnen aanhang gelden worden weggelaten?

*) De woorden luiden in het fransch, in welke taal Calvijn zijn geschrift tegen de Libertijnen schreef, aldus: „il me seroit beau voir que je descriasse le Pape ct ses complices, tant qu'il m'est possible; tCantatit que je nepuiseditier VEglise de Dieu, qiCen bataillant eontrc ceux qni machincnt a la destruire, et que cependant je pardonnasse a ceux-ci qui sont beaucoup pires ennemis de Dieu et plus grands destructeurs de sa verité."

Zie: Contre la secte phantastique et furieuse des Libertins qui se nomment spirituels" in Recueil des Opuscules de Jean Calvin. Geneve, Jacob Stoer 1640. pag. 744.

In het latijn, waarin het geschrift later is vertaald, luiden de weggelaten woorden: nee enim aliter Ecclesiam Dei aedificare possum, quam bellum gerens cum iis, qui eam diruere conantur — Instructio adversus fanaticam et furiosam sectam Libertinorum qui se spirituales vocant J. Calvini Opera (Amsterd. J. J. Schipper 3667) Tom. VIII p 377^.

Sluiten