Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander geen geheimen; bij eene onzuivere verhouding is er terugtrekking, koelheid, achterdocht.

Zoo is dan het niet-kennen van God eigenlijk de oorzaak van den tegenstand tegen de woorden van art. 36 welke spreekt: „God heeft zich niet overal mee te bemoeien." Dezelfde toon ligt in de woorden van hem die zegt: „wij hebben zeven dagen in de week, één is voor God, maar zes zijn voor ons", alsof de mensch in de zes werkdagen Hem minder noodig had, dan den zevende!

Zullen wij dan zeggen: „laat den bijbel hoogstens in de Kerk, maar kom er niet mee aan op het raadhuis ?*)

Geldt des Heeren klacht Nederland niet: „zoo zegt de Heere: wat voor onrecht hebben uwe vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn en hebben de ijdelheid nagewandeld en zij zijn ijdel geworden?" Jer. 2 : 5.

Is des Heeren eisch zoo gestreng? Hij heeft u bekend gemaakt o mensch, wat goed is en wat eischt de Heere van u dan recht te doen, weldadigheid lief te hebben en ootmoediglijk te wandelen met uwen God ? Micha 6 : 6.

Van dezen eisch kan de mensch, wie ook, zich ontslagen wanen of hem naar willekeur beperken, buiten werking stelling en beperking kent deze eisch niet. Hij geldt in volle kracht een iegelijk, den Koning zoowel als den geringsten onderdaan, een iegelijk in zijn stand en kring.

En wat, ten tweede de gevolgen der miskenning van art. 36, betreft: evenmin de zegenrijke gevolgen uitblijven bij-gehoorzaamheid, blijkens Schrift en geschiedenis; evenmin blijven bij ongehoorzaamheid de gevolgen uit!

Welke deze zijn? „De wijzen zijn beschaamd, verschrikt

') De catalogus van het Stedelijk Muselira te Leiden heeft onder nommer 1042 Bijbel Uitg. Erfg. Johan Elzevier, Leyden 1663. In rood marokijn lederen rijk vergulden band.

Er staat bij aangeteekend: „afkomstig van het Stadhuis."

Sluiten