Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meening, inzonderheid in ons vaderland*), dat de leer der $ixxio<rvvvj het uitgangspunt en het hoofdbegrip is der Paulinische Theologie. Ik geloof niet dat die opvatting juist is. Vooreerst is die leer spaarzaam in de beide brieven aan de Korinthiërs en komt zij in het geheel niet voor in die aan de Ephesiërs en Kolossers, alsmede in Paulus' oudsten brief, den eerste aan de Thessalonicensen, zoodat zij kwalijk het uitgangspunt van zijn Theologie kan heeten. Ten andere is het niet wel mogelijk, de leer der trpósetris, der , der xvx<ttx<th; vexpüv i om slechts enkele

te noemen, rondom het begrip hxxiowvy te groepeeren of daaruit zich te doen ontwikkelen. En eindelijk miskent dit gevoelen wat door Ritschl terecht genoemd is, „die neutrale Basis der Paulinischen Lehre" d. i. den gemeenschappelijken bodem waarop Paulus met de Jodenchristenen stond. Aan de prediking van Jezus, welke was de verkondiging van het Koninkrijk der hemelen, en de prediking der eerste gemeente, welke de Messianiteit van Jezus tot inhoud had, sluit zich een rechtvaardigingsleer al zeer zonderling aan 2). I)e historie vraagt allereerst continu iteit. Welnu zij is er, ongezocht, uit- en inwendig. Niet tevergeefs had Paulus te Jeruzalem met Petrus verkeerd 3); niet tevergeefs zal de leerling van Gfamaliël, als exegeet en typoloog het hoogste product van den Joodschen geest, de Christenen ook wel met reden en tegenreden hebben bestreden. Men behoeft trouwens de Brieven slechts in te zien om den indruk te ontvangen, dat de Christologie zoowel de inhoud als het uitgangspunt van Paulus' evangelie was. Wat echter voor de Galileesche discipelen het eerste was, was voor hem het laatste. In onderscheiding van lien is hij met de historische momenten uit het leven van Jezus zeer karig; waarschijnlijk heeft hij Jezus niet gekeild; zelfs de uitdrukking „Zoon des menschen" heeft

1) Vgl. Wn.n. Schmidt , Die Lehre des Apostels Paulus in Beitrage zur Förderung ehristlicher Theologie II, 2 1898. .1. H. Scholten, Geschiedenis der Christelijke Godgeleerdheid gedurende het tijdperk des Nieuwen Testamenli 1856. J. .T. van Oosterzee , De Theologie des Nieuwen Verbonds, 2de dr. 1872.

2) Studiën I, blz. 115 v.

3) Gal. 1, 18.

Sluiten