Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprake gebracht en zoowel aan de prediking van Jezns als aan de practijk der Jeruzalemsche broederschap een socialistisch karakter toegekend. „Men ziet uit deze" — nl. de bovenaangehaalde woorden en verhalen der Handelingen — zegt Quack, „dat werkelijk de eerste Christen-gemeente een broederschap poogde te vormen, met gemeenschappelijk eigendom"1). Ik antwoord: het eerste zie ik, maar het tweede zie ik niet. Wat allereerst het evangelie van Jezus betreft, heeft Mr. Quack den Heer Christus in een milieu geplaatst, waarin Hij niet mag geplaatst worden. Jezus heeft zich nooit over het recht van het eigendom uitgelaten, eenvoudig omdat Hij er zich niet mede inliet2). Dat de rijken misbruik maakten van hun sociale positie leert de litteratuur uit dien tijd. Zij ademt een bittere wraakzucht, een bloedrooden haat tegen de rijken, vanwege hun hebzucht en rechtsverkrachting3). Voor hen is geen jammer te groot, geen oordeel te hard; „uw schepper zal zich over uw kastijding verheugen", zegt de auteur van het Boek Henoch. In deze wereld was voor de vromen geen recht! Sursumcorda! Het Evangelie van Lukas geeft die stemming terug. Ook Jezus geeselt de rijken. Bij Hem is echter de grondtoon niet haat of wraakzucht maar medelijden. Hij spreekt de armen zalig4) d. w. z. niet de armen in hun sociale positie, maar, volgens de juiste interpretatie van Matthetis, de armen van geest (rw %vav[txTt) 5), die den rijkdom van Israëls vertroostingen heilbegeerig verwachtten6). Wanneer Jezus naar aanleiding van de komst van

1) T. a. p. Blz 87.

2) Vgl. Luk. 12, 13.

3) Vgl. Luk. 18, 2 v. — Het Boek Henoch (vert. v. Diixmann 1853) H. 94— 100. „Das Spatjudentura hat eine wahre Genialitiit des Hasses entwickelt" zegt Boussiït (Jesu I'redigt in ihrem Gcyenzatz zum Judentum 1892. S. 46).

4) Luk. 6, 20.

5) Matth. 5, 3.

6) n'n manehen Psalmen und der ihnen vervvandten spiitereu jüdischen Litteratur ist das Wort „die Armen" geradezu eine Bezeichnung für die Empfiinglichen, die auf den Trost Israels warteten. Dieser Spraehgebrauch fand Jesus vor und hat sieh ihm angesehlossen. Wir können daher, wenn wir in den Evangelien auf das Wort „die Armen" stoszen, nicht ohne weiteres nur an die wirtschaftlich Armen denken. 1 hatsiichlich fiel damals die wirtsehaftliehe Armut und die religiöse Demut und

Sluiten