Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de beteeken is van de Wet of den voorrang van Israël gevoelde de Korinthiër even weinig als voor de zuiver Paulinische over de rechtvaardiging door het geloof, de tegenstelling van vleesch en geest. Hij aanvaardde het Christendom in zijn beteekenis van de tegenwoordige wereld; vandaar dat de gebreken, Avelke de gemeente ontsierden, bijna uitsluitend rnoreele waren: een verflauwing van grenzen in het gezellig verkeer1), ongeregeldheden bij de viering des Avondmaals2); bij de vrouwen een sterke emancipatie-zucht3); bij sommigen de ontkenning van de opstanding der dooden4) en bij de gansche gemeente een fractiegeest, die haar eenheid verstoorde 5). Zoo hoog was het zelfgevoel der Korinthiërs, dat degenen die buiten stonden wel den indruk moesten ontvangen, dat het woord Gods van hen uitgegaan en alleen tot hen gekomen was, m.a.w. dat Korinthe de eigenlijke moedergemeente en de eenige Christengemeente op de wereld was6). Haar houding gaf aanstoot; zij miste oecumenisclien zin en dreigde dientengevolge te vervreemden van de broederschap elders7). Pat dit hooghartig zelfgevoel een eigenaardigheid van de Korinthiërs bleef, leert de eerste Brief van Clemens van Eome. En het is zeker opmerkelijk dat juist de gemeente van Eome, in wier naam Clemens zijn ongevraagd advies geeft, reeds aan het einde der eerste eeuw de Korinthiërs kapittelt. Het was het voorspel van de hooge positie, welke Eome in de Christelijke wereld zou innemen.

Het ligt niet in mijn plan, Uw aandacht te vragen voor andere gemeenten in den Apostolischen tijd. Zij hadden ieder een eigen type — die van Eome met hare ascetische strooming;

1) 10, 27.

2) H. 11, 17 V.

3) 11, 2 v.

4) H. 15.

5) H. 1.

6) 14, 36.

7) 11, 16.

Sluiten