Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reisden „erstaunlich viel", zegt Zahn1), gedwongen en niet gedwongen, als slaven en handwerkslieden, als artsen en kooplieden. Het verruimde hun blik en verhief hen boven het enghartig locale. In het licht hiervan beschouwe men ook de gedurige vermaning tot het verleenen van „gastvrijheid". Vooral de opzieners der gemeenten moesten hierin uitmunten2). De herberg was goed voor matrozen en voerlieden 3). Het voorbeeld van Abraham, die onwetend Engelen herbergde ''), en het woord van Jezus „ik was een vreemdeling en gij hebt mij geherbergd'"1) keeren in de Oud-Christelijke litteratuur telkens terug. De eerste Brief van Clemens prijst de Korinthiërs vanwege hun bijzonder groote gastvrijheid 5). Dat de oudste Christenen deze liefdeplicht niet altijd even bereidvaardig vervulden, leert de eerste Brief van Petrus 6); misschien omdat zij dikwijls de dupe geworden waren van sluwe bedriegers, voor welke de Didache zoo uitdrukkelijk waarschuwt7). Ook hadden de eerste Christenen nog een speciaal geloofsmotief om zich in het wereldverkeer te voegen. De Missie zat hen als 't ware in het bloed. Het was hun een heilige roeping anderen deelgenooten te maken van het heil, dat zij zeiven in Christus gevonden hadden, en de volkeren te christianiseeren. Mannen als Pliilippus, Barnabas, Silas, Timotheüs, Titus en, om niet te vergeten, „het oecumenische echtpaar", Aquila en Prisca vinden wij nu hier, dan daar.

!) Zaiin , Skizzen aus dem Lcbcn der Alten Kirche 1894 S. 173.

2) 1 Tim. 3, 2. Tit. 1, 8. Vgl. 1 Tim. 5, 10. Aristides, Apol. 15, 7. Cleiu. St'rom. II, 41.

3) Vgl. Zaiin, t. a. p. S. 306 Aant. 17.

4) Vgl. Hebr. 13, 2. Matth. 25, 35.

B) H. 1,.2.

6) II. 4, 9: Weest gastvrij jegens elkander, zonder morren.

7) De Didache geeft dienaangaande bepaalde voorschriften in II. XII, 1 v.: En een ieder, die komt in den naam des Heeren, worde opgenomen; dan echter zult gij hem beproeven en het rechte en het valsche onderscheiden; want gij zult inzicht hebben. Is de komende een reiziger, helpt hem dan zooveel gij kunt; hij zal echter niet langer dan twee of drie dagen bij u blijven, wanneer het noodig is. Maar indien hij zich bij u wil nederzetten, een ambachtsman zijnde, hij werke en ete. Maar indien hij geen ambacht verstaat, draagt dan zorg overeenkomstig uw inzicht, dat geen Christen als een werklooze met u leve. Maar als hij zoo niet wil doen, is hij een , die met Christus winst drijft; wacht u voor de zoodanigen. Vgl. ook H. XI.

Sluiten