Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoone, welbekende Gelijkenis, waarin de Pharizeër de menschen splitst in drie categorieën : roovers, onreclitvaardigen, overspelers. Aan de Heidensche zelfvergoding beantwoordde de Joodsche eigengerechtigheid; aan de Heidensche verachting van Barbaren en slaven de Pharizeesche verachting van de Heidenen en van de wetlooze schare (het „Am haarez")>).

De eerste gemeente keerde zich zoowel tegen het eene als tegen het andere. Menschen vergoding was haar een gruwel. Wanneer de Romeinsche hoofdman Cornelius zich voor Petrus nederbuigt en hem „aanbidt", wijst de Apostel die hulde haastiglijlc af, zeggende: „sta op, ook ik ben een mensch"2). Wanneer de schare te Lystre Barnabas aanziet voor Jupiter en Paulus voor Mercurius en de priester van Zeus stieren en koeken 3) aanvoert om aan beiden te offeren, scheuren zij hunne kleederen, ten teeken van droefheid bij Godslastering4). In den tweeden Brief aan de Thessalonicensen is liet juist een kenmerk van den antichrist, den mensch der zonde, „dat hij zich verheft boven alwat God genoemd wordt of voorwerp van vereering is, zoodat hij zelf in den tempel Gods zich nederzet en zich voordoet alsof hij God ware" 5). Maar evenzeer hield de eerste gemeente zich verre van menschenverachting. Al had Christus Zijn werkzaamheid uitsluitend tot Israël beperkt, toch dioeg Hij het besef bij zich om dat Zijn Evangelie voor de volkeren bestemd was6), en Paulus, die Jezus ook op dit punt zoo goed heeft begrepen, leerde in woord en werk: „Onder Christenen is geen Jood noch Griek, geen dienstknecht noch vrije, geen man en vrouw" 7). In Christus was de oor-

-1) O. Pfmtoerer, Das Wesen des Christenturas (Zcitechr. für Wissenschaftli-chc Theologie 1893. S. 17).

2) Hand. 10, 25, 26.

3) Koeken, né/i/iara, volgens een waarschijnlijke conjectuur van Prof. Naber, Mnemoxyne 1877. Vgl. Thcol. Tijdschrift, 1880. Blz. 86 v. De Recept, heeft kransen.

4) Hand. 14, 13.

0) H. 2, 4. Vgl. ook Hand. 12, 22—23.

8) Men denke b.v. aan de gelijkenissen van het Mosterzaad en het Zuurdeeg. 7) Gal. 3, 28. Misschien heeft dit laatste wel aanleiding gegeven tot de eniancipatiezucht der Korinthische vrouwen.

Sluiten