Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wier macht zij weerloos afhankelijk waren; vrees Avas ook de stemming der Joden, een vrees als van een slaaf voor zijn heer en van een schuldige voor zijn rechter, maar zij vreesden niet meer, want zij hadden den geest der aanneming tot kinderen Gods1). De Joden meenden, dat het Godsrijk plotseling, onverwachts van den hemel zou nederdalen onder het geroep van den Aartsengel, met majesteit en kracht, maar zij Avisten dat het gekomen was en verder komen zou, langzaam, gestadig, van Jeruzalem naar Antiochië, naar Korinthe, naar RomeVolgens de Joden zou het koninkrijk zich openharen in den vorm van een nationaal-staatkundigen ommekeer, waarvan Jeruzalem het middelpunt zijn zou, maar zij zuiveren uit hun vroomheid het nationaal-staatkundige uit. Voor de Joden Avas het leven tot de komende eeuAv een tijd van bange onzekerheid en gestadigen angst; bij de komst van den Messias ook de Messiaansche weeën: wonderen in den hemel boven, teekenen op aarde beneden: bloed, rook en vuurdamp; de zon veranderd in duisternis, de maan in bloed. Maar over hun leven lag een blijde gewisheid. Zij behoefden niet bezorgd te zijn; de Machtige Israëls Avas hun God. Hun vroomheid was evenmin uitsluitend trancendent als ascetisch. Zij zonderen zich niet af als de Esseën; zij stellen zich niet boven het volk als de Pharizeën; de liefde maakt hun leven tot een offer dat alles neemt en verteert. Hun liefde is toewijding, waarbij de barmhartigheid niet, als bij de Pharizeën, in de peripherie maar in het middelpunt is. Hun moed staat onder de inspiratie van hun persoonlijk geloof in God; bij hen geen spoor van intellectualisme, de dood voor den godsdienst; hun blijdschap is geen momenteele opAvelling maar een duurzaam en innerlijk zich wel bevinden in God. Vergun mij om U het verschil te doen zien tusschen de Romeinsche, de Joodsche en de Oud-Christelijke levensopvatting een paar sprekende beelden. De reeds genoemde Lucius Axnaeus Seneca geeft in den aanvang van zijn dialoog de Tranquillitate animae ongeveer deze analyse van den ziels-

Vgl. Pfleiderer , t. a. pl., s. 6 f.

Sluiten