Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrijheid des gewetens, voor ons verworven hebben en Uw liulde is rechtmatig. Maar breidt dan ook Uw gezichtskring uit en onthoudt IIw hulde en bewondering niet aan de OudChristelijke mannen en vrouwen, die door hun geloof en volharding, door hun belangelooze, geestdriftige toewijding den toegang geopend hebben tot de maatschappelijke, zedelijke en godsdienstige voorrechten, waarin wij met blijdschap en erkentelijkheid roemen.

Ik heb gesproken over het Oudste Christendom. Mijn woord moge U in de overtuiging versterkt hebben dat de Berlijnsclie Hoogleeraar Haknack in do eerste gemeente terecht heeft aangenomen een, wat hij noemt, „enthousiastisch" element, Intusschen veronderstelt het onderwerp mijner toespraak nog iets andersHet oudste Christendom is niet gebleven wat het was; het heeft spoedig plaats gemaakt voor een nieuwen vorm. Beeds bij de z.g. Apostolische vaders is de leer van Paulus verbleekt en van de oude geestdrift weinig te bespeuren. Het „enthousiastische" element stroomde uit; Grieken traden in grooten getale tot de gemeente toe. Het moreel-rationeele element werd overwegend. En hiermede trad de gemeente een nieuwe periode in, welke tot de formatie van het Christelijk dogme geleid heeft met alwat daarmede samenhangt. Het vrije, frissche geloofsleven maakte plaats voor een meer verstandelijke formuleering der waarheid.

Men zou alleen kunnen vragen welke bestanddeelen in het oudste Christendom als constante elementen zijn te beschouwen. Daarover nog een woord ten besluite. Men heeft de uitgesproken, geformuleerde gedachte vergeleken met de taal') en hierbij eén drievoudige analogie waargenomen: 1. De taal veroudert, d.i. woorden verdwijnen; 2. de taal ontwikkelt zich, d. i. de woorden verkrijgen een andere, nieuwe beteekenis; 3. de taal verjongt zich, d. i. nieuwe woorden ontstaan. Brengt dit over

!) Sabatier, Die Christliche Dogmen 11. s. w. 1890, S. 17.

Sluiten