Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide overtuigingen '(*) sluiten elkander uit. De ernstige „moderne" mag voor den zuiveren godsdienst den z. i. onwaren historischen vorm waarin de „orthodoxen" hem beknellen, niet onverschillig achten, en vindt ook de „orthodoxen" meestal z e d e 1 ij k-verkeerd; en wederkeerig oordeelt de zachtmoedige, maar ernstige „orthodoxe" over den „moderne" evenzoo (**). Elke poging om beiden bij elkaar te houden, om hen naast elkander in de Kerk te doen leven bij wederzijdsche erkenning van gelijk recht des anderen, strijdt dus tegen de waardigheid van beiden. Men ziet dit duidelijk zoodra men afziet van de praktijk, die door duizend omstandigheden de werking der overtuigingen onzeker maakt, om den blik tot het G- e h e e 1 der Kerk en tot den gang der historie te verheffen. Dan ziet men hoe, terwijl de individuen om allerlei redenen met elkaar in vrede leven, de groote groepen in het volksleven om dit verschil van overtuiging ten bloede toe strijden. Daarom is onze bede tot onze „orthodoxe" en „moderne" broeders, dat wij niet langer trachten bij elkander te houden, maar beginnen mogen uit den grond op te bouwen. Hoe zal dit kunnen geschieden?

Met door pogingen om allen tevreden te stellen: die werken en voeden slechts verzwakking en wrevel. Maar door het geschil oprecht als onvereffenbaar te erkennen,

(*) Natuurlijk hier slechts in hoofdtrekken aangegeven, zonder op de vele schakeeringen te letten.

(**) Het persoonlijk verkeer der individuen met elkander lovert vele uitzonderingen. Maar over het geheel ziet inen in de „orthodoxe" dagbladen de „modernen" als lichtzinnig, het heilige verachtend, goddeloos — en in de „moderne" de „orthodoxen" als onverdraagzaam, heerschzuchtig, onkundig, hoogmoedig of geveinsd voorgesteld.

Sluiten