Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kort na de beantwoording der prijsvraag, werd hij met een proefschrift Joannes Calvini et Joannes d Lasco de Ecclesia Sententiarum inter se Convpositio (20 September 1862) tot doctor in de theologie bevorderd. De tijd, waarin hij de studentenwereld verlaten zou om met het volle, rijke leven buiten de studeerkamer in aanraking te komen, was nu aangebroken. Den 7den Augustus 1863 deed hij zijn intrede als predikant bij de Ned. Herv gemeente te Beesd. De omgang en de gesprekken met eenvoudige gereformeerden aldaar versterkten de indrukken, die hij bij zijn arbeid voor de Groninger prijsvraag en voor zijn dissertatie had ontvangen. Allengs werd hij tot de overtuiging gebracht, dat het Calvinisme niet alleen was een interessant historisch onderwerp voor de studeerkamer, maar dat het zijn groote beteekenis voor het practische leven, ook voor dezen tijd, had blijven behouden. Van die gesprekken met de eenvoudige maar leervaste gereformeerden van Beesd uit die dagen melding makende, schreef hij in zijn Confidentie: „Huu taaie volharding is mij de zegen voor mijn hart, het opgaan van de morgenster mijns levens geworden. Ik was wel gegrepen, maar had het woord der verzoening nog niet gevonden. Dat hebben zij mij gebracht met hun gebrekkige taal in den absoluten vorm, waarin mijn ziel alleen rust kon vinden."

Vier jaren — van Augustus 1863 tot November 1867 — woonde hij in de eenvoudige Geldersche gemeente: het waren jaren van voorbereiding voor den grooten strijd, voor den reuzenarbeid, die aanving met zijn vertrek naar Utrecht. Hoewel nog niet geheel doorziende de consekwentie van de leer der Geref. vaderen, zoo was hij bij zijn komst in de grijze Bisschopsstad toch wel hiervan overtuigd, dat het grondbeginsel van het Calvinisme is de volstrekte souvereiniteit van den Drieëenigen God over alle geschapen leven, hetzij dit zienlijk of onzienlijk zij. Wat hem weldra volkomen helder en duidelijk zou worden, leefde ook toen reeds bij hem: dat voor de Christelijke wereldbeschouwing, staande tegenover het Modernisme, een eigen bedding in het leven van Kerk èn Maatschappij moet worden gegraven.

2

Sluiten