Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sociaal-democratie en het anarchisme, beide niets anders bedoelende dan dat de mechanische gezagsinstelling geheel wegvalle. Afgezien echter van deze beide uitersten, was elk gezond volks- en staatsleven steeds de historische uitkomst tusschen deze beide machten, en het is in het dusgenoemde constitutioneele staatsrecht dat gepoogd werd beider wederzijdsche verhouding op vasten voet te regelen. In die worsteling nu nam voor het eerst het Calvinisme positie. Zoo hoog als het de van God ingestelde magistrale autoriteit eerde, even hoog verhief het de van God krachtens scheppingsordinantie in de maatschappelijke kringen gelegde souvereiniteit Het eischt voor beiden zelfstandigheid in eigen kring; een regeling van beider verhouding in de wet. En het is door dien strengen eisch dat het Calvinisme gezegd mag worden het Constitutioneel staatsrecht uit zijn grondgedachte te hebben gegenereerd. Het getuigenis der historie is dan ook onwraakbaar, dat niet in de Koomsche noch ook in de Luthersche Staten, maar in de volken met Calvinistisch type dit constitutioneel staatsrecht het eerst en het best tot bloei kwam. (')»

Het machtige beginsel, dat in «souvereiniteit in eigen kring» -igt opgesloten en het krachtigst, zoo niet het eerst, door het Calvinisme op den voorgrond is geschoven, is gebleken het beste wapen tegen de Staats-almacht te zijn. Het stelt den eisch, dat de Staat zich terugtrekke van het terrein van de Kerk, zich onthoude van in te grijpen in de zelfstandigheid van het gezin; ja, ook zooveel mogelijk de bemoeiingen met het onderwijs over te laten aan hen, die meer dan de Staat de rechtstreeksche belanghebbenden zijn; terwijl voorts, bij doorwerking van dat beginsel, de arbeid, de landbouw, de handel en de industrie en zooveel meer, al minder regeling door den Staat zullen vragen om zich tevreden te stellen met bescherming en steun. Volledige toepassing van het beginsel der souvereiniteit in eigen kring zou van zelf leiden tot geheele of gedeeltelijke oplossing van

(») T. a. p. bl. 85.

Sluiten