Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiaüef van Dr. Kuyper, te Amsterdam de Vrije Universiteit in 1880 werd gesticht, zullen stellig zeer vele warme voorstanders van die stichting hetzelfde bedoeld hebben als wat bij Groen en Da Costa voorzat. Dr. Kuyper nu heeft in zijn Encyclopedie betoogd, dat de Christelijke wetenschap staat tegenover de naturalistische, niet slechts in specifiek theologischen maar in volstrekt algemeenen zin. Het verschil tusschen beide komt niet enkel in de theologische wetenschap, maar in alle wetenschappen uit, voor zoover het feit der palingenesie (wedergeboorte) geheel het subject bij alle onderzoeking, en dus ook het resultaat van alle onderzoek, in zijn niet volstrekt stoffelijke gegevens beheerscht ')

Men zal toegeven, dat zoo deze opvatting onder allen, die aan de Openbaring vasthouden, mocht veld winnen, de beoefening der wetenschappen daarvan den invloed zou ondergaan. Zeker is het, dat die opvatting thans gedeeld wordt door allen, die aan de Vrije Universiteit te Amsterdam verbonden zijn ; en dat zoo die inrichting in leerkrachten mocht versterkt worden, het duidelijker zou worden dan tot heden kon geschieden, dat de Christelijke wetenschap in haar vijf faculteiten principieel staat tegenover de naturalistische.

Niet minder beteekenend dan de strekking van zijn Encyclopedie is die van zijn studie over de Gemeene Gratie. Dit leerstuk vindt zijn grond in de belijdenis, dat God is de Souverein over al het geschapene. Daaruit volgt logisch, dat zijn heerschappij over alle leven gaat en alzoo niet binnen de kerkwanden of den kring der Christenen besloten kan zijn. Niet als de Dooperschen hebben de Gereformeerde vaderen geleerd, dat de wereld, die niet aan Christus gelooft, aan Satan, aan het toeval is overgelaten, Ook in het ongedoopte wereldleven is Gods souvereiniteit alles-beheerschend. En daarom mag de Christen zich niet uit dat leven terugtrekken. Dit leerstuk nu stond de Gereformeerde kerk voor in haar bloeitijd, in de practijk van het leven. De Gereformeerden trokken zich niet uit de wereld

1) Encyclopedie II bl. 120.

Sluiten