Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. Kuyper behooren niet aan één partij, zij zijn sieraden van het geheele volk, welks geschiedenis zij maken, onder toejuiching of verguizing van voor- en tegenstanders.»

Het woord, dat de Voorzitter van de feestelijke samenkomst in het Paleis voor Volksvlijt, Mr. Th. Heemskerk, sprak: «Wij houden staande, dat hem hulde toekomt van het gansche (Nederlandsche) volk» dat hij alzoo is van nationale beteekenis — was dus, blijkens de beschouwingen in de vaderlandsche pers, niet te sterk. En met recht mocht de feestredenaar van dien avond, Prof. Dr. H. Bavinck, zeggen: «De smaad en de schande, die er meer dan een eeuw, ook voor ons eigen besef, rustten op den Gereformeerden, den Calvinistischen naam — Dr. Kuyper heeft ze er afgewenteld».

Dit is evenwel niet zoo vlug gegaan Eerst na zwaren strijd en dikwerf bange worsteling is het aan Dr. Kuyper gelukt den smaad en de minachting af te wenden, die aan de anti-revolutionairen en aan den naam van zijn persoon verbonden schenen. Hoe Bilderdijk, Da Costa en Groen van Prinsterer door andersdenkenden werden beoordeeld, mag als bekend worden verondersteld. Ook Dr. Kuyper weet er van mede te spreken. Het zou wel een zeer dik boekwerk moeten zijn, wanneer daarin alle invectieven, alle insinuatiën, alle grove en plompe verdachtmakende uitdrukkingen aan zijn adres werden afgedrukt. Allengs is dit veranderd; en het best blijkt dit, niet slechts in de pers maar ook in de wijze waarop hij thans in de Tweede Kamer bejegend wordt. Bij zijn eerste optreden in het Parlement, in 1874, stond hij aan allerlei grofheden bloot, met name van de zijde der conservatieven; zoo hij in dien tijd geroepen ware geworden een Ministerie te vormen, heel het Nederlandsche volk — natuurlijk uitgezonderd de wezenlijke Groenianen — zou in verontwaardiging en woede zijn opgesprongen. Nu, 27 jaren later, vond men het gansch natuurlek ; en niemand — except de heeren Bronsveld en Boissevain — heeft zich er aan gestooten.

Waaraan die kentering is toe te schrijven, kan nu gemakkelijk gezegd worden: aan de rustelooze en volhardende wijze, waarop

Sluiten