Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn; want dit veronderstelt dat iets er eerst niet was, en daarna wel; dat is dus in den tijd gebeurd ; maar eeuwig sluit het begrip tijd juist uit en vanwaar dan bij het ongeloof die overgang van eeuwigheid tot tijd ?

En vanwaar die ontwikkeling ? Ligt die in de natuur deistof zelve, maar dan is die ontwikkeling, daar de stof eeuwig heet, reeds lang af; dan bestaan we feitelijk niet; dan is er eigenlijk niets en worden doet er ook niets. Zegt men dat die beweging en ontwikkelingskracht dus van buiten af moet gekomen zijn, dan valt men weer op andere wijze terug in het oude standpunt van een scheppings-maclit buiten de stof.

En vanwaar is die beweging dan, de regelmaat, orde en doel ? Is de stof, gelijk de materialist leert, louter stof, d. w. z. zonder hooger geestelijke beïnvloeding, dan houdt men juist op materialist te zijn, wanneer men de stof een bezield element toeschrijft.

Of leert men, dat in de stof werkelijk een geestelijk bewust vermogen ligt, dan vergoodt men de stof, dan buigt men voor haar als den God van alle zijn; maar dan is zulk een god, waaruit dan goed en kwaad, mooi en leelijk, leven en dood beiden ontstaat, werkelijk geen begeerlijker begrip dan wat de Christelijke Belijdenis uitspreekt in haar geloof in God den Vader den Schepper des heelals.

Ons bestek laat niet toe, om verder en breeder op dit onderwerp in te gaan. We verwijzen den onderzoekenden lezer naar de werken van Bettex, als Natuur en Wet; Natuurstudie en Christendom ; het Wonder, enz. en ook naar het schoone werkje van Dr. H. Bavinck: Schepping of ontwikkeling en het belangrijke boek van A. Pierson »Vele gewisse kenteekenen."

Heeft alzoo het Scheppings-dogma (geloofsstuk) vooreerst een natuurkundige waarde, om ons de vraag : »van waar dit al?" te beantwoorden, met het zoo machtig als poëtisch scheppings-verhaal des bijbels; het heeft in de tweede plaats niet minder een dusgenaamd religieus-ethische beteekenis. Dat wil zeggen : een beteekenis voor den dienst van God, en het wandelen in Zijn gemeenschap.

Immers alleen op den grondslag der schepping, dat alle dingen door God zijn geroepen in het aanzijn, is alleen een rechte verhouding tot God denkbaar.

Sluiten