Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schrift klaar, dat de mensch nog niet op het hoogtepunt stond, waar hij nog kon komen.

Vooreerst moest de enkele mensch tot een menschheid worden. God schiep Adam daarom eene vrouw. Uit die beiden moest een geslacht worden gekweekt, 't Is Uods wil en bevel. Want het beeld Gods is zoo vol en rijk, dat het zicli niet ten volle in alle glorie kan ontvouwen in éénen mensch, eerst de mensclilieid zal de ontplooiing er^ van zijn. De mensch heeft dus een groote geschiedenis vóór zich, het huwelijk is een instelling Gods, een scheppings-ordinantie voor den val en wordt de hoogheerlijke weg waarlangs God zijn

plan wil ten uitvoer leggen.

In de tweede plaats: de mensch was wel gelukkig en zalig in het Paradijs, maar de hoogste gelukzaligheid bezat hij nog niet. Naar lichaam en ziel beiden was de mensch nog lang niet daar, waar hij komen kon en waarvoor zijn natuur vatbaar was.

Hij kon, om het voornaamste te noemen, nog zondigen en nog sterven.

Uit dezen staat van te kunnen zondigen en te kunnen sterven moest de mensch geraken tot die nog zaliger heerlijkheid van niet meer te kunnen zondigen noch sterven. De weg waarin God de mensch tot die hoogste bestemming wilde leiden, wordt genoemd het werkverbond.

Hoofdstuk VIII.

HET WERKVERBOND.

De leer van het verbond is bepaaldelijk ^or de Gereformeerden met voorliefde uitgewerkt. In de H. Schrift woidt steeds en gedurig gesproken van de verbondsmatige verhouding, waarin God zich heeft gesteld tot ons. Het vei bond »is de vaste vorm, waarin de verhouding van God tot ziju volk

wordt voorgesteld." „ , , ,

Al aanstonds bij de schepping des menschen gaf God het werkverbond, het wordt daarom ook wel het natuur-vei bond genoemd.

Sluiten