Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijnen arbeid, wil dat volstrekt niet aanduiden, dat er nu een ijdel, ledig, nietsdoen bij God intrad. Zie Joh. 5 : 17;Jesaja 40 : 28. Maar het beteekent, dat God ophield van scheppen ; n.1. van het voortbrengen van nieuwe geslachten of zelfstandige soorten in de schepping.

Het scheppen houdt op ; maar gaat nu over in onderhouden.

Dit is wat men verstaat onder voorzienigheid.

Het woord geeft te kennen, dat God zich met zijn schepsel blijft bemoeien. Wel staat dit woord »voorzienigheid" als zoodanig niet in de H. S. letterlijk, maar de saak wordt toch duidelijk geleerd. Zie Gen. 1 : 30 ; Ps. 36 : 7 ; Joel 1 : 20 enz.

Het woord »voorzienigheid" is ontleend aan Genesis 22 : 8, 14. Het beteekent twee dingen: een «tevoren weten" ; en »in iets voorzien".

Het eerste: vtevoren weten" is feitelijk hier niet in bespreking, dit behoort bij de leer der besluiten; wel vormt het de grondslag van de eigenlijke Christelijke leer der voorzienigheid.

Onder «voorzienigheid'' in Christelijken zin moet worden verstaan : een almachtige daad Gods, waardoor Hij alle dingen onderhoudt en regeert, van oogenblik tot oogenblik. Gelijk het alles is uit God, is het ook door God.

Zij is de uitvoering van alle besluiten, die betrekking hebben op de dingen, welke door schepping in het aanzijn zijn geroepen.

Scheppen geeft het zijn, voorzienigheid de volharding in het zijn.

Deze voorzienigheid leert ons dus, dat er geen ding bestaat buiten God; dat God in alles aanwezig is met Zijn kracht en heerschappij, en wordt daarom genoemd een «almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods." Zie Catechismus, Zondag 10.

In den regel wordt een drieërlei werkzaamheid in haar onderscheiden : le De onderhouding; 2e de medewerking; 3e de regeering.

le De onderhouding is die almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, waardoor het voortbestaan der dingen wordt veroorzaakt; zie Hebr. 1:3; Col. 1 : \lb : Ps. 104 : 27—32.

2e De medewerking is die almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, waardoor Hij in alle bewegingen en werkingen der schepselen met een als invloeiende kracht aanwezig is. Tot welk doel b.v. een mensch een voorwerp opheft is voor

3*

Sluiten