Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dachte, de idee der zonde allereerst liggende in Gods bewustzijn.

God heeft n.1. eeuwig de zonde gedacht als Zijn volstrekt tegendeel, en zóó, met die natuur, in Zijn besluit opgenomen.

Het mogelijke der zonde hing af van God.

Dat nu evenwel deze mogelijkheid tot werkelijkheid werd, dat is voor rekening van het schepsel zelf.

Overal legt de Schrift er nadruk op, dat wij verantwoordelijk staan voor God.

Immers al was het mogelijk te kunnen vallen, dat sloot daarom nog niet iu van onze zijde, dat het moest.

God had den mensch toch geschapen in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid.

Op welke wijze nu deze mogelijkheid tot werkelijkheid werd is een verborgenheid. Hier zijn we aan de grens onzer kennis gekomen.

Van daar dat we haar in haar ontstaan feitelijk niet verklaren kunnen.

Dit is goed verstaan ook een geluk. Het is juist haar karakter onverklaarbaar te zijn in haar oorsprong, want de zonde berust in oorsprong op een ijdele inbeelding; op de illusie van iets dat niets was ; op de voorstelling van een goed, dat geen goed was.

Immers alle zucht om »als God te zijn", alle gedachte dat het leven geëmancipeerd (ontslagen) van God, het hoogste geluk was (en dat was toch de aanvang der zonde), is niets dan een ijdele zelfmisleiding, een leugen, een inbeelding, een dwaasheid en een ongerijmdheid.

Zóó beschouwd heeft ze geen oorsprong, alleen een aanvang.

En uit deze genoemde dingen vloeit nu voort, de schrikkelijkheid van haar wezen.

Zonde is de overtreding van 's Heeren wet. De eerste zonde in het paradijs was de overtreding van het proefgebod. Dit was geen kleinigheid. Want immers in het al of niet eten van den verboden boom zou moetsn uitkomen, of de mensch God verloochende, of erkende als Zijn God en gebieder.

Dat eten was daarom de uitspraak van iets, n.1. van de principieele (in zijn hart) verwerping van den Heere als eenige en hoogste Wetgever; het was de verklaring niet Gij over mij, maar ik heb over mij-zelf te gebieden. Het was een weg- een dood-verklaring als 't ware van God.

Inzonderheid is de wil de zetel en drager van de zonde.

Sluiten