Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat wil zeggen: de zonde is niet een stoffelijk iets, zoodat b.v. het lichaam of de stof de oorzaak waren ; neen de genegenheid des menschen, de stand van zijn hart, afgedacht van lichaam en stof bepaalt hier de dingen.

"Vóór den val en na den val heeft de mensch een lichaam, is er een stoffelijke wereld rondom hem, en gaat de mensch met al zijn vermogens in tot de schepping rondom hem. Dit alles is in zoover onveranderd. Vóór en na den val beide heeft de mensch b.v. verstand, wil, spraak, gemoedsleven, etc. etc. maar (en dit maakt ons het wezen der zonde duidelijk) vóór den val, (gelijk ook straks ia de wedergeboorte), is de mensch met al zijn gaven staande in de richting tot God; maar in en na den val wendt hij zich met zijn vermogens en krachten tegen God.

Het gevolg der zonde voor den mensch als Beeld Gods, is :

a. dat hij het Beeld Gods in engeren zin (zie boven) heeft verloren; en

b. in ruimeren zin ziet geschonden.

De zonde bracht over den mensch een jammerlijke ellende ; in schuld, smet, lijden naar lichaam en ziel, dood en heerschappij van Satan.

Bepaaldelijk wordt als straf der zoude genoemd de dood Rom. 6 : 23.

En deze is drieërlei:

a. de tijdelijke, ook wel lichamelijke dood genoemd, en is de scheiding van ziel en lichaam door het sterven.

b. de geestelijke dood, welke is een scheiding van Gods gunst en daardoor een onmacht onder de zonde Jes. 59 : 2; Ef. 2 : 1.

c. de eeuwige dood; dit is het eeuwig straf lijden in de hel.

Dat God zulk een straf op de zonde toepast is niet in strijd met Gods barmhartigheid. De barmhartigheid kon en mocht niet aan het woord komen in een door de vingeren zien van het kwaad, want dat ware een verkeerde barmhartigheidsopenbaring, als in strijd met het recht Gods. Daarom zou die barmhartigheid in de schenking van Christus worden verheerlijkt. God was het aan Zichzelf verplicht om zulk een kwaad als de zonde te straffen.

Omdat God God is, moet Hij alszoodanig worden erkend, en moet Hij alszoodanig zich bewijzen en handhaven. Dit

Sluiten