Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ andaar, dat Hij gaven heeft om uit te deelen. Hij zeqent als priester Zijn gemeente. Zegenend scheidde Hij van Zijn discipelen, en verhoogd aan 's Vaders rechterhand zegent Hij de Zijnen met alle geestelijke gaven; zie Luc. 24 • 51 • Efeze 4 : 8 enz.

C. Het Koninklijk ambt van Christus.

Gelijk de andere ambten zien we ook dit ambt voorspeld in het O. T.; zie Ps. 2 : 6; Gen. 49 : 10; 2 Sam. 7 : 12—14enz En vóórgebeeld in het Theocratisch Koningschap van' Israël, d. ï. dat Koningschap, hetwelk naar Gods wil was, als element in de Godsregeering over Israël, gelijk b.v. het Koningschap van David, Salomo enz.

Gedurig heeft Christus in Zijn omwandeling op aarde gesproken van Zijn Koningschap en Koninkrijk; zie Joh. 18 • 37Matth. 19 : 28 ; Luc. 22 ; 29.

Maar tevens er op gewezen dat Zijn Koninkrijk geestelijk en hemelsch is, en niet berust op wapengeweld, maar op ueestes-overtuiging.

Als Koning vergadert, regeert, bestuurt en behoudt Hij Zijn volk, door Zijn Woord en Geest.

Men kan van drieërlei rijk spreken, waarover de Christus Hoofd is:

le. Heel de schepping, in dien zin, dat Hem alle macht in hemel en op aarde is gegeven, om er Zijn kerk uit te stichten, en hemel en aarde en alle dingen' bijeen te vergaderen ; zie Ef. 1 : 10.

De Heilige Schrift wijst er op, dat deze Middelaars-heerlijkheid ook loon is op Zijn volbracht werk.

2e. De Kerk zelve. Over den enkelen geloovige, en over Zijn gemeente in haar geheel oefent Hij een zedelijke en geestelijke regeering uit.

3e. Het rijk der heerlijkheid. Wel zegt de Schrift, dat in de voleinding der eeuwen Christus het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgeven, 1 Cor. 15 ; 24; maar toch zal Lhnstus eeuwig een geheel eenige plaats als Hoofd in dat rijk der heerlijkheid blijven innemen. Namelijk: het Middelaarschap der verzoening neemt een einde. God zelf zal Koning en alles in allen wezen. Maar het Middelaarschap der veieeniging blijft. Hij blijft het Hoofd der verloste gemeente en

4

Sluiten