Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij er hier van opgemerkt, dat die wederkomst vooreerst eene eere is voor den Christus. Hijzelf heeft de eer en de bevoegdheid ontvangen, om het oordeel, dat is de uitspraak wie er gelijk heeft, publiekelijk te vellen.

Het verbaasd heelal zal door Zyn persoonlijke verschijning ten gerichte het hoofd hebben te buigen.

Deze eer komt Hem toe, als Middelaar, in welk teeken heel de historie staat, aan Hem dus de eind-beslissing ; als Zaligmaker, want Hij is de volkomene Zaligmaker, en zal daarom de Zijnen eens openlijk in het gelijk stellen; en als Zoon van God, want had de wereld (de schepping) in Hem haar voorbeeld en grondslag (n.1. in Zijn generatie), dan hebbe ze ook in Hem haar doel, n.1. dat Hij haar eens met de wan in Zijne hand zal doorzuiveren, om haar den Vader weder te brengen.

Zie, mede omtrent het heil hierin gelegen voor Zijn volk, Catechismus, Zondag 19.

Hoofdstuk XVI.

DE HEILSORDE.

Wat Christus voor ons verwierf, deelt Hij ook uit. Wat Hij aan Zyne gemeente als vrucht Zijner verdienste komt uit te reiken, wordt genoemd : »de weldaden van Christus".

De verwerving dier weldaden is niet voldoende, zoodat wij ze b.v. uit eigen beweging en eigen kracht konden aanvaarden; neen, Christus moet ze ook toepassen. Die gemeenschap aan Christus en al Zijne weldaden komt tot stand door den H. Geest. Onder de heilsorde verstaat men nu : den weg waarlangs de zondaar ia het bezit komt van de weldaden van Christus.

Men kan deze weldaden indeelen naar de ambten van Christus. Dan krijgt men :

1. Roeping en wedergeboorte van Christus als profeet.

2. Geloof en rechtvaardigmaking van Christus als priester.

3. Heiligmaking en volharding van Christus als koning.

Deze worden genoemd de weldaden in dit leven ; de weldaden na dit leven zijn : De opstanding, het laatste oordeel, en het eeuwige leven.

Sluiten