Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

froon van God. Yast sta evenwel voor ons besef, dat 't zij op aarde of in den hemel gedaclit, dat tot die kerk alleen de ware geloovigen behooren. Wel kunnen er ongeloovigen lichamelijk behooren op aarde tot een of andere kerkformatie. Van de kerk, naar haar idee als lichaam van Christus, als stichting des H. Geestes, zijn alleen de geloovigen, (of zij zich dat bewust zijn of niet) lid. Dit moet vooral worden in het oog gehouden, om de heerlijkheid van het wezen der kerk te zien.

Het wezen der kerk ligt in de gemeenschap; dat ze een nieuw, geheiligd organisme is, een tempel des Geestes, een nieuwe éénheid der menschheid openbarende. En dit nu is haar heerlijkheid, dat zij uit een vergadering, éénheid van ware geloovigen bestaat. In dit licht moet nu ook worden beschouwd, die andere onderscheiding, welke wel gemaakt wordt, n.1. de zichtbare en de onzichtbare kerk.

Wat is hieronder te verstaan ? Niet, zooals wel eens gedacht wordt, dat de onzichtbare kerk zou zijn de ivare geloovigen, de bekeerde uitverkorenen, en de onzichtbare kerk zou aanduiden de bekeerden plus de nog onbekeerden die lichamelijk (uiterlijk) zich bij eenige kerformatie voegden. Deze opvatting is in strijd met het begrip, de idee van de kerk zelve. Kerk is de vergadering der geloovigen, dus dan ook niet van ongeloovigen of niet-geloovigen.

Maar deze geloovigen (en dit is de bedoeling), deze êéne kerk heett tweeërlei leven, een openbaar of zichtbaar door haar belijdenis en leven ; een verborgen of onzichtbaar in haar gemeenschap en eenheid met Christus, lwee levenszyden deihalve van de ééne, zelfde kerk.

De eigenschappen der kerk zijn : eenheid, heiligheid, algemeenheid (of katholiciteit), apostoliciteit.

1. De éénheid duidt aan, dat de kerk één Heer, één geloof, één doop heeft. Dit zegt daarom niet, gelijk Rome leert, dat er geen verschillende kerkformaties kunnen zijn, als Luthersche, Gereformeerde, enz. enz. De éénheid der kerk bestaat naar de Schrift echter in een eenheid in Christus het Hoofd. Ef. 1 : 10 ; 5 : 22; het geleid worden door éénen Geest, het door dien Eénen Geest een gemeenschap vormen 1 Cor. 6 : 17; 12 : 13 enz., een eenheid des geloofs, der liefde, der hope, des doops enz. Ef. 4 : 3—5.

Sluiten