Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingen ons slechts spreken van den dood en zijn heerschappj'.

De idee der onsterfelijkheid heeft God in ons ingelegd, en duidelijk geopenbaard in Zijn Woord.

Hoe is nu deze tusschenstaat 1

Met andere woorden : welke zijn de verhoudingen in welke de gestorvenen zich bevinden aan de overzijde des grafs ?

Vooraf sta dan vast, dat er twee mogelijkheden slechts zijn: wat de Schrift noemt liel of hemel.

Eer we dit iets nader ontwikkelen, behandelen we eerst de kwestie van de mogelijkheid eener loutering der ziel na den dood ; wat de Roomschen dus noemen het vagevuur.

Het vagevuur wordt nergens echter in de H. Schrift geleerd. Het is dan ook geheel in strijd met de leer der rechtvaardigmaking, en een uitvloeisel van de Roomsche (Pelagiaansche) leer. dat wij zelf, zij het ook gedeeltelijk, iets kunnen toebrengen aan onze behoudenis.

De Roomschen beroepen zich wel op Matth. 12 : 32, maar de woorden tnoch in de toekomende eeuw" in deze tekst, dienen alleen als een versterking van de onvergefelijkheid der aldaar genoemde zonde. Daarbij, deze tekst spreekt van vergeving der zonden, en kan dus nimmer op het vagevuur slaan, daar het vagevuur geen plaats is waar de zonden vergeven worden, maar alleen een oord is voor afbetaling van tijdelijke straffen.

De hel is de plaats der goddeloozen, die gestorven zijn. Hoe die 'toestand zal zijn, is niet nauwkeurig beschreven. Hoe zouden we het ook, als menschen van deze aarde, kunnen verstaan.

Dit staat vast, dat de toorn Gods, die reeds hier op den goddelooze ligt, te zwaarder zal worden gevoeld, daar alle afleiding door het aardsche leven veroorzaakt er zal ontbreken, wegens het opgehouden hebben der relatie met het aardsche. Het naakte bestaan zal dan met niets, dan met dien toorn gevuld worden.

De hemel is. omgekeerd, de plaats waar de zielen der gelukzaligen in ongekende verheuging zich in Gods gunst verlustigen mogen. De Schrift legt meer nadruk er op, hoe het er niet zal zijn, dan wel dat zij bedoelt een nauwkeurige omschrijving te geven, hoe het er wèl zal zijn. Het eeuwige leven dat daar zoo rijk zal worden genoten, is dan ook feitelijk niet onder woorden te brengen, het gaat alle gedachte, dies ook alle taal, en alle beschrijving ver te boven.

Sluiten