Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij t (le Mijne«. Zoo verzegelt Hij u Zijne genade en Zijne gemeenschap met u bij het Heilig Avondmaal, en gij wordt vervuld met den troost des Heiligen Geestes, dat Jesus leeft, en dat Hij u kent. Daarom gij, die uwe ziel niet meer bij het leven houden kunt, of gij moet Jesus hebben, schroomt niet toe te treden tot Zijnen disch: gij zijt geroepen met name, en gij zult uwen Koning zien in Zijne schoonheid.

En dezen allen, die den Heere Jesus als hunnen Heer en Koning alzoo in den geloové mogen aanschouwen, zullen worden en zijn blijde boodschappers van Zijn leven en Zijn heil; zij vinden daarin hunnen lust, zoolang zij hier nog als vreemdelingen en bijwoners moeten verkeeren. Dat toch is hun leven, te getuigen van het leven desHeeren, Die niet alleen overgegeven is voor onze zonden, maar ook op ge wekt is tot onze rechtvaardigmakiEg. Dezulken houden 's Heeren opstanding dan ook niet voor een verhaal, voortgevloeid uit de overspannen verbeelding Zijner discipelen, gelijk helaas zco velen tot hunr.e eeuwige zieleschade doen, maar zij erkennen die opstanding als het leven hunner ziel, want door haar vinden zij de vrijmoedigheid te naderen tot een' verzoenden God en genadigen Vader, Die de zonde niet aanziet in Zijnen Jakob en de overtreding niet in Zijnen Israël, maar Die ze van voor Zijn Aangezicht heeft weggedaan en weggeworpen in de zee van eeuwige vergetelheid, zoodat het woord liij hen vervuld wordt te allen dage: Ik leef, en gij zult leven. Amen.

Sluiten