Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aangaande de beroeping en bevestiging van S. van Yelzen als predikant te Drogeham komt in de notulen van de gemeente aldaar niets voor. Ter plaatste waar hij de notulen aanvangt, zit nog een reepje papier van een kennelijk daarvan afgescheurd blad. Of de consulent L D. Westerloo, pred. te Augustinusga, dit later wegens cene voor hem aanstootelijke opmerking, daarop mogelijkerwijze voorkomende, of iemand anders er uitgescheurd heeft, is niet uit te maken.

Voorbereiding.

19 Oct. 1834. „De vergadering voltallig zijnde wierd met het gebed geopend. Door den Praeses wierd onderzocht naar den toestand der gemeente, uit het bescheid der leden bleek, dat in de gemeente weinig geestelijk leven wierd opgemerkt, waarvan dan ook het kleine aantal van ledematen en het groote aantal van ongedoopte kinderen een treurig bewijs oplevert Yolgens het eenparig gevoelen des Kerkeraads kon echter alleen van de invloed van Gods geest op de prediking van het Evangelie een gewenscht gevolg verwagt worden, waarom deze zaak den Koning der Kerke zij aanbevolen. Door den Praeses wierd aanmerking gemaakt omtrent het vieren van den Sabbath en alle de leden aangemaand om tegen de bestaaande ontheiliging te ijveren. De leden wierden door den Praeses verzocht om de gemeenteleden ijverig aan te manen dat zij bij het aangaan van een huwelijk toch niet slechts in naam der wet zulk eene gewigtige verbindtenis zouden aangaan maar bovenal zich zouden vereenigen in naam van God en alzoo zich kerkelijk te laten inzegenen." Dit alles was goed, maar reeds niet geheel en al vrij van pastorale drijving.

Sluiten