Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook heeft de predikant bij name genoemd Prof. Hofstede de Groot, D' van Herwerden en D1 Amshoff te Groningen welke drie in hun boek (Christelijke betrachtingen) eene verfoeielijke leer prediken, alle grondwaarheden der geopenbaarde leer verlochenen en alzoo de gemeente verleiden, waaruit derhalve blijkt dat het Klassikaal bestuur eene leugenachtige reden tegen hunne overtuiging aan, gebruikt om den predikant te schorsen".

Wat deze laatste opmerking betreft, wij gelooven, dat Van Velzen hier te veel vergat de vijandschap tegen God van het bedenken des vleesches en niet dacht aan de stelling van Paulus, dat de natuurlijke mensch niet begrijpt de dingen, die des Geestes Gods zijn en dat ze hem dwaasheid zijn en hij ze niet kan verstaan, omdat zij geestelijk (— door de wondervol op het gebed in het gemoed werkende genadekracht des H. Geestes) onderscheiden ] worden. De Algemeene-zaligheids- en eigenkrachts Supranaturalisten en Evangelischen van die dagen haatten de Godskrachtsleer der Dordtsche Canones met een doodelijken haat, zoodat Prof. van Hengel de aanhangers er van uitscholdt voor „duisterlingen en ruwe, domme hoop" en ieder, die deze Algemeene zaligheidsmannen als onbijbelsch, onevangelisch aanwees, werd van de hatelijkste bedoelingen verdacht en wat het is in sommige tijdperken, een verdachte te wezen, kan de Fransche guillotine uit de dagen der Revolutie ons leeren. Neen, wij gelooven, dat het Klassikaal Bestuur van Dukkum van 1835 met de woorden „liefdelooze verdenkingen en haatelijke laster" wel degelijk meende, wat het zeide, naar eigen overtuiging tengevolge daarvan, dat van Velzen niet voorzichtig genoeg, maar veel te luidruchtig, te geweldig,

Sluiten