Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier in de hoofdstad des Rijks, waar in den loop der eeuwen zoovele grootsche plannen werden ontworpen en uitgevoerd, zou Dr. Kuyper in aansluiting met het werk der Gereformeerde vaderen en met dat van Groen — en tcch zelfstandig — den reuzenarbeid verrichten, waarvan thans de vruchten worden gezien. In de intree-rede, waarmede hij zich op 10 Augustus 1870 aan de Ned. Herv. gemeente van Amsterdam verbond, werd in eenige trekken het Program aangegeven, waaraan hij zich, trots allen tegenstand en felle oppositie, tot op heden houden zou. ken Program, dat wel doelde op de reformatie, die hij voor de Hervormde kerk noodzakelijk achtte, maar waarin toch ook aangegeven werden de taak en de roeping, die de belijders der Gereformeerde waarheid buiten het zuiver kerkelijk terrein hadden te vervullen.

Wat vooral, gelijk in alle geschriften van Dr. Kuyper, in die intree-rede treft, het is de kloekheid en de oprechtheid, waarmede hij zijn plannen en voornemens aan vriend en vijand mededeelt Dit is trouwens steeds het eigenaardige van heel zijn optreden en arbeid geweest. Nooit behoefde men naar zijn voornemens te raden. Open en rond kwam hij er mee voor den dag. Die openhartigheid en rondheid, werden in den aanvang niet altijd gewaardeerd; velen zagen er overmoed in, een ijdel vertoon van illusiën. Wanneer zoo op het onverwachts een plan de campagne in de Standaard of ergens anders werd ontvouwd — dan schrok menig mede- en tegenstander op, dan werd wel eens de vuist gebald en nam de oppositie in felheid toe. Maar als ten slotte bleek, dat het plan stipt werd uitgevoerd, zooals het was openbaar gemaakt, kon zelfs de bitterste tegenstander niet ontkennen, dat eerlijk en oprecht was gehandeld. Zeker heeft de 19de eeuw geen uian gekend, die zoo bijna brutaal consekwent als de huidige Minister van Binnenlandsche Zaken de stelling practisch in toepassing bracht: de publieke zaak moet publiek behandeld worden. Wat de tegenstander ook al heeft gemeend hem op goeden grond te kunnen verwijten, dit zeKer niet: dat hij het Nederl. volk gedurende al zijn arbeid in het onzekere liet omtrent zijn bedoelingen en voornemens. Hij

Sluiten